wetzoeker

Financiële regeling kosten milieueffect-rapportage lagere overheden

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-1985
Rechtsgebied
Milieurecht, Ruimtelijke ordening en milieu
Ministerie
Infrastructuur en Milieu
BWB-id
BWBR0003745
Versie
1985-01-01_0
SHA-256 bron
c004310babfdcaa6d8a2db07ef111e8e0072df793d0ea2154bbde00e2d1c31cc

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In dit besluit wordt onder milieu-effectrapport verstaan een rapport als bedoeld in artikel 41i van het ontwerp van Wet tot uitbreiding van de Wet algemene bepalingen milieuhygiëne (Regelen met betrekking tot milieu-effectrapportage (Tweede Kamer, zitting 1980–1981, 16814, nrs. 1–2)), dat is opgesteld en behandeld met inachtneming van de artikelen 41k–41w van dit ontwerp van wet.

Artikel 2

Aan de provincies en het openbaar lichaam Rijnmond wordt jaarlijks een bedrag van f 25 000 toegekend als tegemoetkoming in de kosten van de verwerving en het op peil houden van kennis van ambtenaren, die zijn belast met het voorbereiden en behandelen van besluiten, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport wordt gemaakt.

Artikel 3

In de gevallen, waarin de besturen van de provincies en van het openbaar lichaam Rijnmond een of meer besluiten nemen, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport is gemaakt, wordt een bedrag van f 50 000 toegekend als tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden aan de toepassing van de artikelen 41k tot en met 41aj van het in artikel 1 bedoelde ontwerp van wet.

Artikel 4

1 In de gevallen, waarin een bestuur van een gemeente, een waterschap of een rechtspersoonlijkheid bezittend lichaam als bedoeld in de Wet gemeenschappelijke regelingen een of meer besluiten neemt, bij de voorbereiding waarvan een milieu-effectrapport is gemaakt, wordt aan het betrokken orgaan of lichaam een bedrag van f 75 000 toegekend als tegemoetkoming in de kosten die zijn verbonden aan de toepassing van de artikelen 41k tot en met 41aj van het in artikel 1 bedoelde ontwerp van wet.

2 Indien met betrekking tot een orgaan of lichaam als bedoeld in het eerste lid binnen een periode van een kalenderjaar toepassing is gegeven aan het eerste lid, wordt in afwijking van dat lid voor de daarop volgende gevallen telkens een bedrag van f 50 000 toegekend.

Artikel 5

1 Het orgaan of lichaam dat in aanmerking wenst te komen voor een bijdrage krachtens artikel 3 dan wel krachtens artikel 4, dient daartoe een verzoek in bij de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer.

2 Bij het verzoek wordt een afschrift gevoegd van het besluit of de besluiten, bedoeld in artikel 3, onderscheidenlijk artikel 4.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 1985 en wordt bekendgemaakt in de Nederlandse Staatscourant.