wetzoeker

Overgangsregeling loonbelasting 1984–1985

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-01-1985
Rechtsgebied
Belastingrecht, Loonbelasting en premieheffing
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0003742
Versie
1985-01-01_0
SHA-256 bron
3fa04ff936411aa72417025c731fe405dc21eb9360dfb16f8db6945d1275e594

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

1 Voor zover de inhoudingsplichtige in het eerste kwartaal van het kalenderjaar 1985 niet in staat is tijdig rekening te houden met de door de werknemer op grond van artikel 53a van de Uitvoeringsbeschikking loonbelasting 1972 (Stcrt. 253) in te leveren loonbelastingverklaring, wordt de werknemer ingedeeld in de tariefgroep waarin hij bij het einde van het jaar 1984 was ingedeeld. Alsdan wordt geen rekening gehouden met het recht op de aanvullende arbeidstoeslag of met een wijziging in het recht op de aanvullende alleenstaande-ouder-toeslag.

2 Op verzoek van de inhoudingsplichtige kan de inspecteur onder door hem te stellen voorwaarden afwijkende regelen geven met betrekking tot de in het eerste lid opgenomen overgangsregeling.

3 Voor zover uit de toepassing van de vorige leden voor- of nadelen voortvloeien, herstelt de inhoudingsplichtige deze door middel van afrekening in de eerste helft van het jaar 1985.

Artikel 2

Voor de toepassing van artikel 9, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 (Stb. 202) is voor de heffing van de loonbelasting van een in de onderneming van zijn ouder werkzaam kind over het kalenderjaar 1984, in afwijking in zoverre van artikel 24 van de Wet op de loonbelasting 1964 (Stb. 521), beslissend de toestand bij het einde van het kalenderjaar 1984.

Artikel 3

1 Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1985.

2 Deze regeling kan worden aangehaald als: Overgangsregeling loonbelasting 1984–1985.