wetzoeker

Besluit staatsraden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten

Besluit van 1 november 1984, ingevolge artikel 13, vierde lid, van het Statuut voor het Koninkrijk, houdende voorschriften ten opzichte van de staatsraad, benoemd op grond van het bepaalde in het tweede lid van dit artikel

Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
Rechtsgebied
Staats- en bestuursrecht, Staatsrecht
Ministerie
Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
BWB-id
BWBR0003725
Versie
2010-10-10_0
SHA-256 bron
d5acd8797d290bfe9304b6d0a6b701d8cb05ae923b5c84ec01e6afafa50e1564

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. Arubaans lid: het ingevolge artikel 13, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk op voordracht van de regering van Aruba bij koninklijk besluit benoemde lid van de Raad van State van het Koninkrijk;

b. Curaçaos lid: het ingevolge artikel 13, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk op voordracht van de regering van Curaçao bij koninklijk besluit benoemde lid van de Raad van State van het Koninkrijk;

c. Sint Maartens lid: het ingevolge artikel 13, tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk op voordracht van de regering van Sint Maarten bij koninklijk besluit benoemde lid van de Raad van State van het Koninkrijk.

Artikel 2

1 De artikelen 3, eerste lid, en 3a van de Wet op de Raad van State (Stb. 1962, 88) zijn niet van toepassing op het Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense lid.

2 Het Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense lid wordt na overleg met de regering van Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten, ontslagen dan wel op non-actief gesteld overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 11, 12, 13 en 13a van de Wet op de rechterlijke organisatie, met dien verstande, dat in plaats van "procureur-generaal" en "Hoge Raad" wordt gelezen: vice-president, onderscheidenlijk Raad van State van het Koninkrijk.

Artikel 3

Het Arubaanse, Curaçaose of Sint Maartense lid neemt deel aan de werkzaamheden van de Raad van State van het Koninkrijk ingeval de Raad of een afdeling van de Raad wordt gehoord over voorstellen van rijkswet en algemene maatregelen van rijksbestuur die in Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten zullen gelden, of over andere aangelegenheden die overeenkomstig artikel 11 van het Statuut voor het Koninkrijk Aruba, Curaçao onderscheidenlijk Sint Maarten raken.

Artikel 4

Ingeval de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van het Koninkrijk is belast met de voorbereiding van de door de Raad van State van het Koninkrijk ingevolge de artikelen 21 en 22 van het Reglement voor de Gouverneur van Aruba, van het Reglement voor de Gouverneur van Curaçao of van het Reglement voor de Gouverneur van Sint Maarten uit te brengen adviezen, wordt het Arubaanse, Curaçaose onderscheidenlijk Sint Maartense lid aan de Afdeling toegevoegd.

Artikel 5

Het Arubaanse, Curaçaose en Sint Maartense lid dienen hun vaste woonplaats te hebben binnen Nederland.

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 7

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit staatsraden voor Aruba, Curaçao en Sint Maarten.