wetzoeker

Besluit draagkracht burger-oorlogsslachtoffers

Besluit van 6 juli 1984, houdende vaststelling van een algemene maatregel van bestuur betreffende de bepaling van de financiële draagkracht ingevolge de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945, Stb. 1984, 94

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2013
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Sociaal zekerheidsrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0003693
Versie
2013-01-01_0
SHA-256 bron
60e59c82c15bf7b31659dfcdd6915addbb13b3d38309c1063d4869437fbd9b2b

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (7)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 3a
  5. Artikel 4
  6. Artikel 5
  7. Artikel 6

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

- de wet: de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945;

- de minimum-grondslag: het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a, van de wet;

- de maximum-grondslag: het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b, van de wet.

Artikel 2

1 Bij het bepalen van de financiële draagkracht van het burger-oorlogsslachtoffer ter zake van de toekenning van een tegemoetkoming in kosten van voorzieningen als bedoeld in artikel 33, eerste lid, van de wet wordt als zijn inkomen aangemerkt:

a. de uitkering berekend op grond van hoofdstuk II, paragraaf 3, van de wet met uitzondering van de toeslagen, bedoeld in de artikelen 19, 21 en 22;

b. de inkomensbestanddelen welke op grond van artikel 28 van de wet op de uitkering in mindering worden gebracht indien een uitkering wordt genoten, dan wel in mindering zouden worden gebracht indien een uitkering zou worden genoten met dien verstande dat:

1. in afwijking van artikel 28, eerste lid, onder a, van de wet voor de vaststelling van de bruto-inkomsten uit tegenwoordige arbeid in beroep of bedrijf, na aftrek van verwervingskosten, geen rekening wordt gehouden met een vrijlating van 20% van de uitkeringsgrondslag;

2. in afwijking van artikel 28, eerste lid, onder b, van de wet voor de vaststelling van de inkomsten uit ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet van een gehuwde gerechtigde rekening wordt gehouden met 50% van het aan de gerechtigde en de echtgenoot toegekende ouderdomspensioen krachtens deze wet;

3. geen rekening wordt gehouden met inkomsten uit vermogen als bedoeld in artikel 28, eerste lid, onder c, van de wet.

2 Bij de vaststelling van het inkomen volgens het eerste lid, wordt uitgegaan van het inkomen zoals dit bij de vaststelling van de uitkering, bedoeld in artikel 60 van de wet, is of zou worden berekend over de maand met ingang waarvan de tegemoetkoming wordt toegekend.

3 Wanneer toepassing is gegeven aan de artikelen 18 of 32, vierde lid, van de wet wordt als inkomen aangemerkt het percentage van de grondslag, genoemd in artikel 18, eerste lid, onder a, b of c, van de wet.

Artikel 3

De financiële draagkracht wordt eenmalig berekend en bepaald op:

a. 10 procent van dat deel van het ingevolge artikel 2 vastgestelde inkomen dat de maximum-grondslag niet overschrijdt, met dien verstande dat van dat deel 80 procent van de minimum-grondslag wordt vrijgelaten;

b. 50 procent van dat deel van het ingevolge artikel 2 vastgestelde inkomen dat de maximum-grondslag overschrijdt.

Artikel 3a

1 De ingevolge artikel 3 bepaalde financiële draagkracht wordt herzien:

a. op schriftelijk verzoek van de gerechtigde, indien de bepaalde draagkracht meer dan 30% in zijn nadeel afwijkt van de volgens artikel 3 bepaalde draagkracht, of

b. bij het door de gerechtigde bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet.

2 Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, onder a, vindt de herziening plaats met ingang van de maand waarin het verzoek is gedaan. Indien toepassing is gegeven aan het eerste lid, onder b, vindt de herziening plaats met ingang van de dag waarop de gerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, bereikt.

Artikel 4

De tegemoetkoming in de in artikel 2, eerste lid, bedoelde kosten van voorzieningen wordt vastgesteld op het bedrag waarmede die kosten de ingevolge artikel 3 berekende financiële draagkracht overschrijden.

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

1 Dit besluit kan worden aangehaald als Besluit draagkracht burger-oorlogsslachtoffers.

2 Het treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst en werkt terug tot 1 juli 1981.