wetzoeker

Artikel 19 Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945

Toeslagen

1 Behoudens het bepaalde in het vierde lid, wordt aan het burger-oorlogsslachtoffer, wiens invaliditeit, welke het gevolg is van het letsel, bedoeld in artikel 2, zijn vermogen om door arbeid een inkomen te verwerven nadelig beïnvloedt of zou hebben beïnvloed indien hij nog op inkomsten uit arbeid zou zijn aangewezen, een toeslag toegekend voor voorzieningen welke strekken tot verbetering van diens levensomstandigheden.

2 De hoogte van de toeslag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt 10% van het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a, tenzij het bepaalde in het derde lid van toepassing is.

3 Indien aan het burger-oorlogsslachtoffer een periodieke uitkering is toegekend, wordt op de in het tweede lid bedoelde toeslag een bedrag in mindering gebracht, berekend volgens de formule:

in welke formule

A voorstelt: het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a;

B voorstelt: het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder b;

C voorstelt: het bedrag bedoeld in artikel 10, achtste lid, onder a;

G voorstelt: de grondslag, waarnaar de uitkering wordt berekend.

4 De toeslag, bedoeld in het eerste lid, wordt niet toegekend, indien toepassing is gegeven aan het bepaalde in de artikelen 18, eerste lid, 32, vierde lid, of 42.

Regeling
Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945
Afkortingen
WUBO
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0003664
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl