wetzoeker

Besluit modellen jaarrekening

Besluit van 23 december 1983 tot vaststelling van modelschema's voor de inrichting van jaarrekeningen

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-11-2015
Afkortingen
Bmjr
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0003648
Versie
2015-11-01_0
SHA-256 bron
64bab74c469ca81a2f05607d8dc0897280e5e667ffc510e9a0a64362de47de1f

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (42)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 13
  14. Artikel 14
  15. Artikel 15
  16. Artikel 16
  17. Artikel 16a
  18. Artikel 16b
  19. Artikel 17
  20. Artikel 18
  21. Model A
  22. A — Vaste activa
  23. B — Vlottende activa
  24. C — Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)
  25. F — Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)
  26. G — Voorzieningen
  27. H — Eigen vermogen
  28. Model C
  29. A — Vaste activa
  30. B — Vlottende activa
  31. H — Eigen vermogen
  32. Model E
  33. Model F
  34. Model G
  35. Model H
  36. Model I
  37. Model J
  38. Model K
  39. Model L
  40. Model M
  41. Model Q
  42. Model R

Artikel 1

1 De balans van een naamloze of besloten vennootschap moet zijn ingericht overeenkomstig model A of model B, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model E of model F. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

2 Is artikel 396 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, dan kan de vennootschap voor de balans ook model C of model D kiezen en voor de winst- en verliesrekening model I of model J. Deze modellen zijn bij dit besluit gevoegd.

3 Dit besluit is niet van toepassing op een rechtspersoon als bedoeld in artikel 395a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.

Artikel 2

Vervallen

Artikel 3

De posten worden afzonderlijk, overzichtelijk in een of meer kolommen ingevuld. Zo veel mogelijk worden daarnaast de bedragen voor het voorafgaande boekjaar gegeven. Boven de kolommen wordt in de balans de balansdatum en in de winst- en verliesrekening het boekjaar vermeld waarop zij betrekking hebben.

Artikel 4

1 De aanduiding van het gekozen model mag worden weggelaten; het lettertype is vrij.

2 De letters en cijfers voor de posten mogen worden weggelaten of vervangen.

3 Posten zonder bedrag worden weggelaten, tenzij een bedrag voor het voorafgaande jaar moet worden vermeld. De aanwezigheid van een post in een model laat de bevoegdheid open geen bedrag in te vullen, wanneer de wet dat toestaat.

Artikel 5

1 Van de benamingen Vaste activa, Vlottende activa, Kortlopende schulden, Langlopende schulden, Voorzieningen en Eigen vermogen mag niet worden afgeweken.

2 Andere benamingen mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

3 De uitkomsten van tussentellingen mogen worden ingevoegd en benoemd.

4 Tussentellingen en eindtellingen in de modellen die niet worden genoemd in de artikelen 364 tot en met 377 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek of, voor zover het betreft banken dan wel, voor zover het betreft verzekeringsmaatschappijen, in de artikelen 429 tot en met 440 van dat boek, in het Besluit jaarrekening banken mogen onbenoemd blijven. Opeenvolgende tussentellingen die onderling niet verschillen wegens het ontbreken van tussenliggende posten, mogen worden samengevoegd.

Artikel 6

1 De volgorde van de posten is die van het gekozen model. De post "aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen" mag ook aan alle financiële baten en lasten vooraf gaan.

2 Participatiemaatschappijen mogen de volgorde van de posten wijzigen in overeenstemming met het gebruik in hun bedrijfstak.

3 Onder participatiemaatschappij wordt in dit artikel verstaan een rechtspersoon of vennootschap waarvan de werkzaamheid is beperkt tot uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het deelnemen in andere rechtspersonen of vennootschappen zonder zich in te laten met de bedrijfsvoering daarvan, tenzij door het uitoefenen van aandeelhoudersrechten.

Artikel 7

1 Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd; zij mogen door een uitsplitsing worden vervangen.

2 Posten mogen worden ingevoegd, voor zover hun inhoud niet wordt gedekt door een in het gekozen model vermelde post die niet als "overige" is aangeduid.

3 De in de artikelen 377 lid 1 onder c en 437 lid 5 onder c van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek en lid 9 lid 1 onder c van het Besluit jaarrekening banken bedoelde overige belastingen moeten in de winst- en verliesrekening worden opgenomen onmiddellijk voor de post resultaat na belastingen of onmiddellijk voor de post, bedoeld in artikel 10 lid 3.

4 Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, moeten deze afzonderlijk als eerste post van de financiële baten worden opgenomen onder de benaming: uitkeringen uit niet op netto-vermogenswaarde e.d. gewaardeerde deelnemingen. Waardeveranderingen op deze deelnemingen worden hetzij afzonderlijk opgenomen onmiddellijk na de waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten, hetzij met die post samengevoegd; in het laatste geval wordt de benaming zo nodig aangepast.

Artikel 8

1 Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in een model kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de balans, met herhaling van de som.

2 Elke ononderbroken reeks niet met hoofdletters gedrukte posten in de winst- en verliesrekening kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som.

3 Voor zover dit artikel wordt toegepast, worden de reeksen in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

Artikel 9

Wanneer een bedrag onder meer dan een post zou kunnen worden opgenomen, moet in de toelichting worden vermeld onder welke andere post of posten het bedrag kon worden opgenomen, hoe groot het bedrag is en waarop het betrekking heeft, een en ander indien het in artikel 362 lid 1 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde inzicht daardoor wordt gediend.

Artikel 10

1 In een geconsolideerde jaarrekening mogen alle benamingen worden aangepast om het groepskarakter aan te geven.

2 In een geconsolideerde balans wordt het aandeel van derden in groepsmaatschappijen afzonderlijk als onderdeel van het groepsvermogen opgenomen. Overigens is onderverdeling van het eigen vermogen in een geconsolideerde jaarrekening niet vereist.

3 In een geconsolideerde winst- en verliesrekening wordt het aandeel van derden in het geconsolideerde resultaat na belastingen afzonderlijk gegeven; indien het gesplitst wordt gegeven, moet dit geschieden na het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na belastingen en na het buitengewone resultaat na belastingen.

Artikel 11

Bovenaan de balans wordt aangegeven of daarin de bestemming van het resultaat is verwerkt. Is de bestemming van het resultaat niet verwerkt, dan moet op de balans het resultaat na belastingen afzonderlijk worden vermeld als laatste post van het eigen vermogen.

Artikel 12

1 In de modellen A, B, C en D mag de post "overlopende activa" ook na de liquide middelen zelfstandig worden opgenomen.

2 In de modellen B en D mag de post "overlopende passiva" ook na de schulden en in de modellen A en C na de voorzieningen zelfstandig worden opgenomen.

3 In de toelichting en in de modellen B en R mogen de uitsplitsing van de kortlopende en die van de langlopende schulden gezamenlijk worden gegeven, mits de onderverdeling weer uit de toelichting blijkt.

Artikel 13

Vervallen

Artikel 14

1 In model F mogen de posten Som der kosten en Netto-omzetresultaat achterwege blijven.

2 In de modellen I en J mag van de kolomindeling worden afgeweken.

Artikel 15

Voor zover de wettelijk vereiste handtekeningen op het oorspronkelijke exemplaar van de jaarrekening zijn gesteld, mag op andere exemplaren daarvan worden volstaan met vermelding van de namen der ondertekenaren. Indien een handtekening op het oorspronkelijke exemplaar ontbreekt, wordt de reden daarvan op de andere exemplaren vermeld.

Artikel 16

1 Op banken als bedoeld in artikel 415 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 3, 4, 5 leden 3 en 4, 6 lid 1, eerste zin, 7 leden 2 en 3, 8 leden 1 en 3, 9, 10, 11 en 15 van toepassing.

2 De balans van een bank moet zijn ingericht overeenkomstig model K, de winst- en verliesrekening overeenkomstig de modellen L of M. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

3 De van hoofdletters voorziene posten van model K en de met hoofdletters gedrukte posten van de modellen L en M worden vermeld, ook als deze in het geheel van de jaarrekening van te verwaarlozen betekenis zijn voor het wettelijk vereiste inzicht.

4 Hypotheekbanken nemen op de balans onder de activa in plaats van de post "vorderingen op klanten" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: vorderingen op klanten uit hypothecaire leningen en overige vorderingen op klanten. Onder de passiva nemen deze banken in plaats van de post "Schuldbewijzen" een tweetal posten op, die onderscheidenlijk luiden: pandbrieven en overige schuldbewijzen. Zij mogen de post "Kasmiddelen" samenvoegen met de post "Vorderingen op banken", tenzij de omvang van de kasmiddelen van betekenis is op het geheel van de activa.

5 De benamingen gebruikt in de modellen K, L en M mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

6 Aan de posten van deze modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.

7 Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaarde deelnemingen.

8 Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen onderscheidenlijk groepsmaatschappijen en wordt in de toelichting vermeld.

9 Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen L en M kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

Artikel 16a

1 Op verzekeringsmaatschappijen als bedoeld in artikel 427 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn de artikelen 3, 4, 5 leden 3 en 4, 6 lid 1, eerste zin, 7 leden 2 en 3, 8 leden 1 en 3, 9, 10, 11 en 15 van toepassing.

2 De balans van een verzekeringsmaatschappij moet zijn ingericht overeenkomstig model N, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model O. Voor de technische rekening schadeverzekering mag model P worden gebruikt, indien de beleggingen rechtstreeks aan het schadeverzekeringsbedrijf kunnen worden toegewezen. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

3 De benamingen gebruikt in de modellen N, O en P mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

4 Aan de posten van de modellen mag een uitsplitsing worden toegevoegd.

5 Indien in de technische rekening levensverzekering van de bruto premies koopsommen uit winstdeling deel uitmaken, wordt het bedrag daarvan afzonderlijk in de toelichting vermeld.

6 Het aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, wordt opgenomen onder de opbrengsten uit deelnemingen en wordt in de toelichting vermeld.

7 Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk van en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.

8 In de geconsolideerde jaarrekening van een verzekeringsmaatschappij mogen alle opbrengsten van beleggingen in de niet-technische rekening worden opgenomen. In model O vervallen dan in de technische rekeningen de posten opbrengsten uit beleggingen en beleggingslasten alsmede de posten niet-gerealiseerde winst op beleggingen en niet-gerealiseerd verlies op beleggingen. In plaats van de post opbrengsten uit beleggingen treedt de post toegerekende opbrengst van beleggingen.

9 Elke ononderbroken reeks met arabische cijfers genummerde posten in de modellen O en P kan geheel of ten dele in de toelichting worden opgenomen, in plaats van op de winst- en verliesrekening, met herhaling van de som. De reeksen worden in de toelichting opgenomen in de volgorde van het gekozen model.

Artikel 16b

1 Op beleggingsmaatschappijen of maatschappijen voor collectieve belegging in effecten als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht, zijn de artikelen 2 tot en met 4, 5, leden 3 en 4, 6 lid 1, eerste zin, 7 leden 1 tot en met 3, 8 tot en met 11, 12 lid 3, en 15 van toepassing.

2 De balans van een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten moet zijn gericht overeenkomstig model Q of R, de winst- en verliesrekening overeenkomstig model S. Deze modellen zijn als bijlage bij dit besluit gevoegd.

3 Indien een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten de tweede zin van artikel 401, lid 2 van het Burgerlijk Wetboek toepast, neemt zij buiten de telling van de winst- en verliesrekening een post op onder de benaming "wijziging in de reserves uit hoofde van koersverschillen".

4 Een beleggingsmaatschappij of maatschappij voor collectieve belegging in effecten die in onroerend goed belegt, mag in de winst- en verliesrekening, ten einde inzicht te verschaffen in het exploitatieresultaat met betrekking tot het onroerend goed, de afschrijvingen op beleggingen in onroerend goed alsmede de op deze beleggingen betrekking hebbende overige lasten en kosten onmiddellijk onder de opbrengsten uit beleggingen in terreinen en gebouwen opnemen.

5 De benamingen gebruikt in de modellen Q, R en S mogen slechts worden vervangen door benamingen die in het gegeven geval op ten minste even duidelijke wijze de inhoud van de post of telling aanduiden.

6 Indien opbrengsten moeten worden verantwoord uit deelnemingen die niet overeenkomstig artikel 389 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek zijn gewaardeerd, worden deze afzonderlijk en onmiddellijk volgend op de opbrengsten uit deelnemingen verantwoord onder de benaming: opbrengsten uit niet op netto-vermogenswaarde gewaardeerde deelnemingen.

Artikel 17

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit modellen jaarrekening".

Artikel 18

1 Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek kracht van wet verkrijgt.

2 Het is van toepassing op jaarrekeningen waarop titel 8 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is.

Model A

Model A

Balans per

Model A › A — Vaste activa

A — Vaste activa

I. Immateriële vaste activa

1. kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen

2. kosten van ontwikkeling

3. concessies, vergunningen en intellectuele eigendom

4. goodwill

5. vooruitbetaald op immateriële vaste activa

II. Materiële vaste activa

1. bedrijfsgebouwen en -terreinen

2. machines en installaties

3. andere vaste bedrijfsmiddelen

4. vaste bedrijfsmiddelen in uitvoering en vooruitbetaald op materiële vaste activa

5. niet aan de bedrijfsuitoefening dienstbaar

III. Financiële vaste activa

1. deelnemingen in groepsmaatschappijen

2. vorderingen op groepsmaatschappijen

3. andere deelnemingen

4. vorderingen op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

5. overige effecten

6. overige vorderingen

IV. Som der vaste activa

Model A › B — Vlottende activa

B — Vlottende activa

I. Voorraden

1. grond- en hulpstoffen

2. onderhanden werk

3. gereed produkt en handelsgoederen

4. vooruitbetaald op voorraden

II. Vorderingen

1. op handelsdebiteuren

2. op groepsmaatschappijen

3. op participanten en op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

4. overige vorderingen

5. van aandeelhouders opgevraagde stortingen

6. overlopende activa

III. Effecten

1. vervallen

2. vervallen

IV. Liquide middelen

V. Som der vlottende activa

Model A › C — Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)

C — Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)

1. converteerbare leningen

2. andere obligaties en onderhandse leningen

3. schulden aan banken

4. vooruit ontvangen op bestellingen

5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

6. te betalen wissels en chèques

7. schulden aan groepsmaatschappijen

8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

9. belastingen en premies sociale verzekeringen

10. schulden ter zake van pensioenen

11. overige schulden

12. overlopende passiva

Model A › F — Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

F — Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

1. converteerbare leningen

2. andere obligatieleningen en onderhandse leningen

3. schulden aan banken

4. vooruit ontvangen op bestellingen

5. schulden aan leveranciers en handelskredieten

6. te betalen wissels en chèques

7. schulden aan groepsmaatschappijen

8. schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

9. belastingen en premies sociale verzekeringen

10. schulden ter zaken van pensioenen

11. overige schulden

12. overlopende passiva

Model A › G — Voorzieningen

G — Voorzieningen

1. voor pensioenen

2. voor belastingen

3. overige

Model A › H — Eigen vermogen

H — Eigen vermogen

I. Gestort en opgevraagd kapitaal

II. Agio

III. Herwaarderingsreserve

IV. Wettelijke en statutaire reserves

1. wettelijke

2. statutaire

V. Overige reserves

VI. Onverdeelde winst

Model C

Model C

Balans per

Model C › A — Vaste activa

A — Vaste activa

I. immateriële vaste activa

II. materiële vaste activa

III. financiële vaste activa

IV. som der vaste activa

Model C › B — Vlottende activa

B — Vlottende activa

I. voorraden

II. vorderingen en overlopende activa

III. effecten

IV. liquide middelen

V. som der vlottende activa

Model C › H — Eigen vermogen

H — Eigen vermogen

I. gestort en opgevraagd kapitaal

II. agio

III. herwaarderingsreserve

IV. wettelijke en statutaire reserves

V. overige reserves

VI. onverdeelde winst

Model E

Model E

Winst- en verliesrekening over

Netto-omzet

wijziging in voorraden gereed produkt en onderhanden werk

geactiveerde produktie voor het eigen bedrijf

overige bedrijfsopbrengsten

Som der bedrijfsopbrengsten

kosten van grond- en hulpstoffen

kosten uitbesteed werk en andere externe kosten

lonen en salarissen

sociale lasten

afschrijvingen op immateriële en materiële vaste activa

overige waardeveranderingen van immateriële en materiële vaste activa

bijzondere waardevermindering van vlottende activa

overige bedrijfskosten

Som der bedrijfslasten

opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

rentelasten en soortgelijke kosten

Resultaat voor belastingen

belastingen

aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Resultaat na belastingen

Model F

Model F

Winst- en verliesrekening over

Netto-omzet

kostprijs van de omzet

Bruto-omzetresultaat

verkoopkosten

algemene beheerkosten

Som der kosten

Netto-omzetresultaat

overige bedrijfsopbrengsten

opbrengst van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

andere rentebaten en soortgelijke opbrengsten

waardeveranderingen van vorderingen die tot de vaste activa behoren en van effecten

rentelasten en soortgelijke kosten

Resultaat voor belastingen

belastingen

aandeel in winst/verlies van ondernemingen waarin wordt deelgenomen

Resultaat na belastingen

Model G

Model G

Vervallen

Model H

Model H

Vervallen

Model I

Model I

Winst- en verliesrekening over

Model J

Model J

Winst- en verliesrekening over

Model K

Model K

Balans per

A. Voorwaardelijke schulden

1. uit hoofde van verdisconteerde wissels

2. uit hoofde van garanties e.d.

3. uit hoofde van onherroepelijke accreditieven

4. overige

B. Onherroepelijke toezeggingen

1. verplichtingen uit cessie en retrocessie

2. overige

Model L

Model L

WINST- EN VERLIESREKING OVER

RENTE EN SOORTGELIJKE BATEN

1. rente van obligaties en andere vastrentende waardepapieren

2. overige

RENTE EN SOORTGELIJKE LASTEN

OPBRENGSTEN UIT EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

1. opbrengsten uit aandelen en andere niet-vastrentende waardepapieren

2. opbrengsten uit groepsmaatschappijen

3. opbrengsten uit overige deelnemingen

ONTVANGEN PROVISIE

BETAALDE PROVISIE

RESULTAAT UIT FINANCIELE TRANSACTIES

OVERIGE BEDRIJFSOPBRENGSTEN

SOM DER BEDRIJFSOPBRENGSTEN

PERSONEELS- EN ANDERE BEHEERSKOSTEN

AFSCHRIJVINGEN EN WAARDEVERANDERINGEN OP IMMATERIELE EN MATERIELE VASTE ACTIVA

OVERIGE BEDRIJFSLASTEN

WAARDEVERMINDERINGEN VAN VORDERINGEN EN VOORZIENINGEN VOOR ONDER DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

VRIJVAL WAARDEVERMINDERINGEN VAN VORDERINGEN EN VOORZIENINGEN VOOR ONDER DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN

WAARDEVERMINDERINGEN VAN DE TOT DE VASTE ACTIVA BEHORENDE EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

VRIJVAL WAARDEVERMINDERINGEN VAN DE TOT DE VASTE ACTIVA BEHORENDE EFFECTEN EN DEELNEMINGEN

SOM DER BEDRIJFSLASTEN

RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING VOOR BELASTINGEN

BELASTINGEN RESULTAAT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING

RESULTAAT UIT GEWONE BEDRIJFSUITOEFENING NA BELASTINGEN

BUITENGEWONE BATEN

BUITENGEWONE LASTEN

BELASTINGEN BUITENGEWOON RESULTAAT

BUITENGEWOON RESULTAAT NA BELASTINGEN

RESULTAAT NA BELASTINGEN

Model M

Model M

Winst- en verliesrekening over

Model Q

Model Q

Balans per

A | Beleggingen

I | Terreinen en gebouwen

1. | in eigen gebruik

2. | overige terreinen en gebouwen

II | Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen

1. | deelnemingen in groepsmaatschappijen

2. | obligaties uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen

3. | andere deelnemingen

4. | obligaties uitgegeven door en vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen

III | Overige financiële beleggingen

1. | aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vastrentende waardepapieren

2. | obligaties en andere vastrentende waardepapieren

3. | vorderingen uit hypothecaire leningen

4. | vorderingen uit andere leningen

5. | deposito’s bij banken

6. | andere financiële beleggingen

IV | Som der beleggingen

B | Vorderingen

I | Uit hoofde van effectentransacties op

1.1. | commissionairs

1.2. | anderen

II | Overige vorderingen

III | Overlopende activa

C | Overige activa

I | Vaste activa

1. | immateriële vaste activa

1.1. | kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen

1.2. | kosten van onderzoek en ontwikkeling

1.3. | concessies, vergunningen en intellectuele eigendom

1.4. | goodwill

1.5. | vooruitbetaald op immateriële vaste activa

2. | materiële vaste activa

3. | financiële vaste activa

II | Liquide middelen

III | Andere activa

D | Kortlopende schulden (ten hoogste 1 jaar)

1. | uit hoofde van effectentransacties aan

1.1. | commissionairs

1.2. | anderen

2. | converteerbare leningen

3. | andere obligaties en onderhandse leningen

4. | schulden aan banken

5. | te betalen wissels en chèques

6. | schulden aan groepsmaatschappijen

7. | schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

8. | belastingen en premies sociale verzekeringen

9. | schulden ter zake van pensioenen

10. | overige schulden

11. | overlopende passiva

E | Uitkomst van vorderingen en overige activa min kortlopende schulden

F | Uitkomst van activa min kortlopende schulden

G | Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

1. | uit hoofde van effectentransacties aan

1.1. | commissionairs

1.2. | anderen

2. | converteerbare leningen

3. | andere obligaties en onderhandse leningen

4. | schulden aan banken

5. | te betalen wissels en chèques

6. | schulden aan groepsmaatschappijen

7. | schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

8. | belastingen en premies sociale verzekeringen

9. | schulden ter zake van pensioenen

10. | overige schulden

11. | overlopende passiva

H | Voorzieningen

1. | voor pensioenen

2. | voor belastingen

3. | overige

I | Achtergestelde schulden

J | Eigen vermogen

I | Geplaatst kapitaal

II | Agio

III | Herwaarderingsreserve

IV | Wettelijke en statutaire reserves

V | Koersverschillenreserve

VI | Overige reserves

VII | Onverdeelde winst

Model R

Model R

Balans per

Actief | Passief

A | Beleggingen | A | Eigen vermogen

I | Terreinen en gebouwen | | I | geplaatst kapitaal

1. | in eigen gebruik | | II | agio

2. | overige terreinen en gebouwen | | III | herwaarderingsreserve

IV | wettelijke en statutaire reserves

II | Beleggingen in groepsmaatschappijen en deelnemingen | | V | koersverschillenreserve

1. | deelnemingen in groepsmaatschappijen | | VI | overige reserves

2. | obligaties uitgegeven door en vorderingen op groepsmaatschappijen | | VII | onverdeelde winst

3. | andere deelnemingen | B | Achtergestelde schulden

4. | obligaties uitgegeven door en vorderingen op participanten en maatschappijen waarin wordt deelgenomen | C | Voorzieningen

1. | voor pensioenen

III | Overige financiële beleggingen | | 2. | voor belastingen

1. | aandelen, deelnemingsbewijzen en andere niet-vast- | | 3. | overige

rentende waardepapieren

2. | obligaties en andere vastrentende waardepapieren | D | Langlopende schulden (nog voor meer dan een jaar)

3. | vorderingen uit hypothecaire leningen | | 1. | uit hoofde van effectentransacties aan

4. | vorderingen uit andere leningen | | | 1.1. | commissionairs

5. | deposito’s bij banken | | | 1.2. | anderen

6. | andere financiële beleggingen | | 2. | converteerbare leningen

3. | andere obligaties en onderhandse leningen

B | Vorderingen | | 4. | schulden aan banken

I | uit hoofde van effectentransacties op | | 5. | te betalen wissels en chèques

1. | commissionairs | | 6. | schulden aan groepsmaatschappijen

2. | anderen | | 7. | schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin

II | Overige vorderingen | | | wordt deelgenomen

III | Overlopende activa | | 8. | belastingen en premies sociale verzekeringen

9. | schulden ter zake van pensioenen

C | Overige activa | | 10. | overige schulden

I | Vaste activa | | 11. | overlopende passiva

1. | immateriële vaste activa

1.1. | kosten van oprichting en van uitgifte van aandelen | E | Kortlopende schulden

1.2. | kosten van onderzoek en ontwikkeling | | | (ten hoogste 1 jaar)

1.3. | concessies, vergunningen en intellectuele | | 1. | uit hoofde van effectentransacties aan

eigendom | | | 1.1. | commissionairs

1.4. | goodwill | | | 1.2. | anderen

1.5. | vooruitbetaald op immateriële vaste activa | | 2. | converteerbare leningen

2. | materiële vaste activa | | 3. | andere obligaties en onderhandse leningen

3. | financiële vaste activa | | 4. | schulden aan banken

II | Liquide middelen | | 5. | te betalen wissels en chèques

III | Andere activa | | 6. | schulden aan groepsmaatschappijen

7. | schulden aan participanten en aan maatschappijen waarin wordt deelgenomen

8. | belastingen en premies sociale verzekeringen

9. | schulden ter zake van pensioenen

10. | overige schulden

11. | overlopende passiva