wetzoeker

Artikel 1 Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk

In deze overeenkomst wordt verstaan onder:

a. "kerkgenootschap":

1. een ex Additioneel Artikel X van de Grondwet rechthebbend kerkgenootschap;

2. een kerkgenootschap, dat geacht kan worden door afsplitsing of afscheiding onmiddellijk, dan wel middellijk te zijn voortgekomen uit een onder a.1 bedoeld kerkgenootschap;

b. "ambtsdrager":

1. degene, die als leraar van een kerkgenootschap in de zin van Additioneel Artikel X van de Grondwet een openbare bediening bekleedt of heeft bekleed en als zodanig is aangemeld en ingeschreven bij het Ministerie van Financiën;

2. degene, die zou kunnen zijn aangemeld en ingeschreven bij het Ministerie van Financiën, indien het kerkgenootschap, waarin hij die bediening bekleedt of heeft bekleed, rechthebbende zou zijn geweest op grond van Additioneel Artikel X van de Grondwet;

in beide gevallen, mits het desbetreffende kerkgenootschap aan hem een honorering, inclusief oudedagsvoorziening, verstrekt of laat verstrekken;

c. "kerkelijk dienstjaar":

een jaar, dat door een ambtsdrager in een openbare bediening is doorgebracht, voor zover aan het bekleden daarvan uitzicht op pensioen als bedoeld in Additioneel Artikel X van de Grondwet was verbonden of zou zijn verbonden geweest, indien het een ambtsdrager betreft als bedoeld onder b.2 van dit artikel.

Regeling
Wet beëindiging financiële verhouding tussen Staat en Kerk
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-1994
BWB-id
BWBR0003640
Versie
1994-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl