wetzoeker

Artikel 6.30 Binnenvaartpolitiereglement

Slecht zicht

1 Een varend schip moet een snelheid aanhouden die is aangepast aan de mate van beperking van het zicht, aan de aanwezigheid en de bewegingen van andere schepen en aan de plaatselijke omstandigheden.

2 Een varend schip moet zo veel mogelijk aan de stuurboordszijde van het vaarwater varen. De artikelen 6.04a en 6.05 zijn niet van toepassing.

3 Een schip moet op de dichtstbijzijnde daarvoor geschikte plaats gaan stilliggen, wanneer in verband met de mate van beperking van het zicht, met de aanwezigheid en de bewegingen van andere schepen of met de plaatselijke omstandigheden de vaart niet zonder gevaar kan worden voortgezet.

4 Een schip moet bij het gaan stilliggen het vaarwater zo veel mogelijk vrijmaken.

Regeling
Binnenvaartpolitiereglement
Afkortingen
BPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0003628
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl