wetzoeker

Artikel 3.02 Binnenvaartpolitiereglement

Algemene bepalingen

1 Voor zover niet anders wordt bepaald, moeten de lichten die een schip ingevolge dit reglement moet voeren gelijkmatig zijn.

2 Een schip mag slechts de navigatielantaarns gebruiken:

a. waarvan de lantaarnhuizen, de uitrusting en de lichtbronnen het keurmerk dragen dan wel voorzien zijn van het certificaat voorgeschreven in de voorschriften die krachtens artikel 1.01, onder C.3° en C.4°, zijn vastgesteld, en

b. waarvan de lichten voor wat betreft hun horizontale uitstraling, kleur en sterkte in overeenstemming zijn met dit reglement.

3 De lichten van stilliggende schepen die niet zijn uitgerust met een motor behoeven niet aan bovenvermelde voorschriften te voldoen. Bij goed zicht en tegen een donkere achtergrond dient de zichtbaarheid daarvan echter ongeveer 1000 m te bedragen.

Regeling
Binnenvaartpolitiereglement
Afkortingen
BPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0003628
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl