wetzoeker

Artikel 12.04 Binnenvaartpolitiereglement

Bijzondere bepalingen voor de scheepvaart op de langs de Westerschelde gelegen havens

Een zeegaand schip mag, indien de radarinstallatie goed functioneert, gebruik maken van radar:

a. zonder te zijn uitgerust met een radarinstallatie en een bochtaanwijzer, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder a; en

b. zonder dat zich aan boord een persoon bevindt die houder is van een radarpatent, als bedoeld in artikel 4.06, eerste lid, onder b.

Regeling
Binnenvaartpolitiereglement
Afkortingen
BPR
Soort
KB
Geldend vanaf
17-06-2026
BWB-id
BWBR0003628
Versie
2026-06-17_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl