Bijlage III Voorschriften m.b.t. verzoeken om ontheffing bepalingen in de Wet verontreiniging zeewater
RIJKSWATERSTAAT
Dienst Noordzee
Lange Kleiweg 34
Postbus 5807
2280 HV RIJSWIJK (ZH)
tel. (070) 3366600
fax (070) 3900691
Verzoek om ontheffing van bepalingen in de Wet verontreiniging zeewater betreffende het lozen van baggerspecie
1. | VERZOEKER
1.
1. naam
2. adres
3. woonplaats
4. telefoon
5. telex
6. contactpersoon
2. | ALGEMENE GEGEVENS
2.1 | Een aanduiding van de herkomst van de baggerspecie (beantwoorden in bijlage, vergezeld van situatietekeningen)
Niet door verzoeker in te vullen
Datum aanvraag
2.2 | Betreft het baggerspecie t.b.v. onderhoudsbaggerwerk of aanlegwerkzaamheden? Indien onderhoudsbaggerwerk, sinds wanneer vindt dit plaats? op welke wijze wordt de baggerspecie tot dusver verwerkt of verwijderd en waar vindt de berging plaats? welke vergunningen of ontheffingen zijn daarvoor verleend? op welke wijze wordt gebaggerd?
2.3 | Zijn in verband met de be- en verwerking en of berging van de baggerspecie bij andere overheidsinstanties aanvragen ingediend? Zo ja, op grond van welke wettelijke maatregel? datum en eventueel kenmerk aanvraag? overheidsinstantie door wie de aanvraag wordt behandeld?
2.4 | Voor welke periode wordt de ontheffing gevraagd?
3. | KARAKTERISERING VAN DE BAGGERSPECIE
3.1 | 1. De totale hoeveelheid baggerspecie waarop het verzoek om ontheffing betrekking heeft. | | m³ maximaal m³/maand maximaal m³/j
2. Wat is het gehalte aan vaste stoffen (volume-percentage)? | | %
3.2 | Samenstelling
Per representatief monsterpunt de gehalten van de bestanddelen in de baggerspecie
n | in gew. % | | analyse-methodiek
gem. | max.
organische stof
CaCO3
ijzer
fosfor
stikstof
organische halogeenverbindingen
kwik
cadmium
lood
arseen
koper
chroom
zink
nikkel
olie
organische siliciumverbindingen
polycyclische aromatische verbindingen
T.O.C.
eventuele andere bestanddelen
3.3 | Eigenschappen | n | gem. | max
volumieke massa
a. in situ | | | | kg/m³
b. na baggeren | | | | kg/m³
C.Z.V.20 | | | | kg O2/m³
B.Z.V.5 | | | | kg O2/m³
gloeirest deeltjesgrootteverdeling van de vaste stof (gewichtspercentage) | | | | %
4. | VOORKOMING VAN ONTSTAAN EN VERWERKING/VERWIJDERING
Een opgave van de onderzoekingen die zijn of worden verricht en van de maatregelen die zijn of worden getroffen, teneinde:
a. het ontstaan van de onderhavige baggerspecie tegen te gaan of de af te voeren hoeveelheid te beperken bijvoorbeeld door wijziging van het baggerproces, of de frequentie van afvoer te beperken, danwel het verloop van de afvoer te wijzigen
b. de verontreinigingsgraad van de baggerspecie te verminderen
c. alternatieve bergingslokaties te vinden
d. de baggerspecie te verwerken, dan wel voor gebruiksdoeleinden aan te wenden. (Beantwoorden in bijlage)
De ondergetekende verklaart, dat hij/zij dit formulier en de daarbij behorende bescheiden (te weten bijlage(n)) naar waarheid en zonder voorbehoud heeft ingevuld.
Plaatsnaam | datum
Ondertekening:
(met vermelding van naam in blokletters en functie)
Toelichting bij bijlage III
Algemeen: | 1. | Indien de beschikbare ruimte onvoldoende is om de vraag te beantwoorden kunt u het antwoord separaat bijsluiten. In het desbetreffende antwoordvakje dient dit dan te worden aangegeven.
2. | U wordt verzocht alle bijlagen te dateren en te voorzien van naam en adres.
3. | Indien met betrekking tot de periode waarvoor om ontheffing wordt verzocht voornemens bestaan die al dan niet rechtstreeks betrekking kunnen hebben op in dit formulier bedoelde aspecten, dient de invloed van de voornemens op deze aspecten in het formulier en eventueel in de bijlagen te worden omschreven en zoveel mogelijk te worden gekwantificeerd.
Vraag 1: | | Indien de stoffen waarop het verzoek betrekking heeft niet afkomstig zijn van de verzoeker zelf, dient in een bijlage de naam en het adres van iedere afzonderlijke aanbieder van de stoffen te worden vermeld.
1.1. | Nodig voor de tenaamstelling van de ontheffing.
1.6. | Naam en functie van de persoon bij wie nadere inlichtingen kunnen worden ingewonnen.
Vraag 3: | | Indien de vorm, de samenstelling, de eigenschappen of de hoeveelheid van de baggerspecie op het moment van de lozing wezenlijk afwijkt van de vorm, de samenstelling, de eigenschappen of de hoeveelheid op het moment dat de onderhavige baggerspecie vrijkwam, dient dit bij de onderscheidenlijke aspecten in het verzoek om ontheffing duidelijk te worden vermeld alsmede gekwantificeerd.
3.1 | Het gehalte aan vaste stoffen dient op droge stofbasis opgegeven te worden.
3.2 | Omtrent de representativiteit van monsterpunten kunnen geen algemene richtlijnen gegeven worden; lokale omstandigheden kunnen van invloed zijn op het aan te leggen bemonsteringsnet. De gehalten dienen per monsterpunt in tabelvorm opgegeven te worden. Het aantal monsterpunten (n) dient afzonderlijk te worden aangegeven. Tevens moeten de gebruikte analysemethoden vermeld worden. Voor de organohalogeenverbindingen dienen zoveel mogelijk de in aantoonbare hoeveelheden aanwezige individuele verbindingen opgegeven te worden. Op grond van de samenstelling en afhankelijk van hoeveelheid van de baggerspecie kan het noodzakelijk zijn dat informatie wordt verstrekt over de chemische samenstelling van het poriënwater of transportwater.
3.3 | Het aantal hiervoor benodigde monsterpunten kan lager zijn dan voor de opgave van de chemische samenstelling. Volstaan kan worden met de opgave van het aantal monsterpunten (n), de gemiddelde waarde benevens de maximumwaarde. Op grond van de samenstelling en afhankelijk van de hoeveelheid van de te lozen baggerspecie kan het noodzakelijk zijn dat nadere informatie dient te worden verstrekt, bijvoorbeeld betreffende de giftigheid, de afbreekbaarheid, de carcinogeniteit, de genotoxiciteit, de pathogeniteit en - indien mogelijk - ook betreffende het accumulatiegedrag van de te lozen baggerspecie. Aangezien daarbij van geval tot geval moet worden bezien welke informatie ontbreekt, en welke resultaten van onderzoek in verband met een goede beoordeling van het verzoek om ontheffing nog noodzakelijk zijn, moet in dat geval betreffende de nog nader te verstrekken gegevens overleg plaatsvinden tussen het bevoegd gezag en de verzoeker. Onder gloeirest wordt verstaan het percentage van de droogrest dat resteert na verhitting bij een temperatuur van 850°C.
Vraag 4: | | Hierbij dient onder meer te worden verduidelijkt wat de redenen zijn waarom van de eventueel aanwezige verwerkings- of verwijderingsmogelijkheden geen gebruik wordt gemaakt.
- Regeling
- Voorschriften m.b.t. verzoeken om ontheffing bepalingen in de Wet verontreiniging zeewater
- Soort
- Ministeriële regeling
- Geldend vanaf
- 01-10-2008
- BWB-id
- BWBR0003613
- Versie
- 2008-10-01_0