wetzoeker

Artikel 6 Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma

Toebedeling van aardolieprodukten

1 Onze Minister kan in een geval als bedoeld in artikel 3, eerste lid, indien zulks naar zijn oordeel ter verwezenlijking van een van de in dat artikellid vermelde doeleinden is vereist, het eigendomsrecht op aardolieprodukten vorderen.

2 De vordering geschiedt ten behoeve van de Staat, dan wel een andere rechtspersoon of een natuurlijke persoon.

3 In vorderingsbeschikkingen kan aan daarbij aangewezen personen de verplichting worden opgelegd, om, voor zover hun dat feitelijk en rechtens mogelijk is, op de daarbij aangegeven plaats en tijd aan degene, te wiens behoeve de vordering geschiedt, de feitelijke mogelijkheid tot uitoefening van het gevorderde recht te verschaffen.

4 De artikelen 4, 5, tweede lid, 8, 9, eerste, tweede en derde lid, 10, 11, 13, 15, eerste en derde lid, 16 en 31, eerste lid, van de Vorderingswet zijn van overeenkomstige toepassing.

5 De schadeloosstelling wordt vastgesteld met toepassing van hetgeen bij of ter uitvoering van de Overeenkomst is bepaald met betrekking tot de prijs voor toebedeelde aardolieprodukten.

6 De vaststelling van het bedrag van de schadeloosstelling, te betalen aan rechthebbenden met wie daarover geen overeenstemming is bereikt of die niet aan het overleg hebben deelgenomen, geschiedt door de rechtbank Rotterdam.

7 Artikel 18 van de Vorderingswet is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Wet uitvoering Internationaal Energieprogramma
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0003235
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl