wetzoeker

Artikel 2 Wet op de dierproeven

Instellingsvergunning

1 Het is verboden zonder instellingsvergunning van Onze Minister dierproeven te verrichten.

2 De instellingsvergunning geldt, voor wat betreft het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, uitsluitend voor zover de proeven, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op het belang van de gezondheid of de voeding van mens of dier.

3 Indien Onze Minister van oordeel is dat een gewichtig ander belang zulks wettigt, kan hij in de instellingsvergunning bepalen dat zij mede geldt voor het verrichten van dierproeven als in artikel 1c, onderdeel b tot en met f bedoeld, die, al dan niet rechtstreeks, gericht zijn op dat - in de instellingsvergunning aan te geven - andere belang.

4 Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een instellingsvergunning als bedoeld in het eerste lid.

Regeling
Wet op de dierproeven
Afkortingen
WOD
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0003081
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl