wetzoeker

Artikel 13a Wet op de dierproeven

Dierproeven en projecten

1 Een dierproef is afgelopen wanneer voor die dierproef geen verdere waarnemingen behoeven te worden verricht of, voor wat betreft nieuwe genetisch gemodificeerde dierenlijnen, wanneer bij de nakomelingen niet evenveel of meer, pijn, lijden, angst, of blijvende schade wordt waargenomen of verwacht als, dan wel dan bij het inbrengen van een naald.

2 Aan het einde van een dierproef wordt door een dierenarts of een andere ter zake deskundige beslist of het dier in leven zal worden gehouden. Een dier wordt gedood als aannemelijk is dat het een matige of ernstige vorm van pijn, lijden, angst of blijven schade zal blijven ondervinden.

3 Indien een dier in leven wordt gehouden, krijgt het de verzorging en huisvesting die past bij zijn gezondheidstoestand.

Regeling
Wet op de dierproeven
Afkortingen
WOD
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2021
BWB-id
BWBR0003081
Versie
2021-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl