wetzoeker

Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid en non-faillisement

Afgifte bewijzen van betrouwbaarheid

Soort
Ministeriële regeling
Geldend vanaf
01-04-2004
Rechtsgebied
Contracten, schade en aansprakelijkheid, Verzekeringsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0003028
Versie
2004-04-01_0
SHA-256 bron
1eba1f815136556647d9d5e25eef86a543dce5cb154a3263b23ff4584b471f3c

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

In dit besluit wordt onder ‘Richtlijn’ verstaan: de Richtlijn van de Raad van Europese Gemeenschappen van 24 juli 1973 inzake de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging op het gebied van het directe verzekeringsbedrijf, met uitzondering van de levensverzekeringsbranche (nr. 73/248/EEG. Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen 1973, nr. L228/20, van 16 augustus 1973).

Artikel 2

De burgemeester wordt aangewezen als de instantie die bevoegd is tot afgifte van een bewijs van betrouwbaarheid als bedoeld in het eerste lid van artikel 3 van de Richtlijn. Als bewijs van betrouwbaarheid dient de verklaring omtrent het gedrag, die kan worden afgegeven overeenkomstig de bepalingen van de Wet justitiële gegevens.

Artikel 3

Ter vervanging van het in het eerste lid van artikel 3 bedoelde document dat dient tot bewijs van het feit dat geen faillissement heeft plaatsgehad, wordt aangewezen een door een notaris afgegeven afschrift van een authentieke akte, waarin het afleggen van een verklaring, als bedoeld in voornoemd artikel, tweede lid, is geconstateerd.

Artikel 4

Dit besluit zal in de Nederlandse Staatscourant worden geplaatst.