wetzoeker

Besluit schadefonds geweldsmisdrijven

Besluit van 3 september 1975, tot uitvoering van enige artikelen van de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2013
Rechtsgebied
Procesrecht, Strafprocesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002996
Versie
2013-01-01_0
SHA-256 bron
5cdb2575ba4c2543ff2802b66723f29a361491cde55d45be73c9a531607a2d4e

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (17)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11
  12. Artikel 12
  13. Artikel 12a
  14. Artikel 12b
  15. Artikel 12c
  16. Artikel 13
  17. Artikel 14

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

het fonds: het schadefonds geweldsmisdrijven;

Onze Minister: Onze Minister van Justitie;

de commissie: de commissie tot beheer van het fonds;

lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie.

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 2

Vervallen

§ 1 — Algemene bepalingen

Artikel 3

Vervallen

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 4

Vervallen

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 5

Vervallen

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 6

1 De meervoudige kamer van de commissie houdt ten minste drie vergaderingen per jaar; zij beslist bij meerderheid van stemmen.

2 De beslissing tot het al dan niet toekennen van een uitkering wordt genomen door de enkelvoudige kamer indien:

a. het een aanvraag betreft die door haar in behandeling is genomen, en zij de zaak niet naar de meervoudige kamer heeft verwezen;

b. het een aanvraag betreft die door de meervoudige kamer naar haar is verwezen.

3 In alle gevallen kan een beslissing tot het al dan niet toekennen van een voorlopige uitkering door de enkelvoudige kamer worden genomen.

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 7

De commissie stelt een bestuursreglement vast, waarin onder andere wordt opgenomen een regeling betreffende de werkzaamheden van de meervoudige kamer en de enkelvoudige kamers, alsmede van de secretaris.

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 8

Vervallen

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 9

1 De secretaris bereidt de door de commissie te behandelen en te beslissen zaken voor. Hij wordt daartoe bijgestaan door ambtenaren, die door Onze Minister zijn aangewezen.

2 De secretaris is bij de plenaire bijeenkomsten van de commissie tegenwoordig en heeft bij de beraadslagingen een adviserende stem.

3 De secretaris is belast met de uitvoering van de besluiten van de commissie.

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 10

1 De secretaris bereidt het jaarverslag, bedoeld in artikel 18 van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen, voor.

2 In het jaarverslag wordt onder meer vermeld hoeveel aanvragen om een uitkering de commissie in de verslagperiode hebben bereikt, de aan deze aanvragen gegeven afdoening, de uitgekeerde bedragen, alsmede de bijzondere omstandigheden die de hoogte van de uitkeringen hebben bepaald.

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 11

Vervallen

§ 2 — Inrichting en werkwijze van de commissie tot beheer van het fonds

Artikel 12

Een ieder die door de commissie wordt opgeroepen tot het verstrekken van inlichtingen, ontvangt, voor zover hij aan die oproeping gevolg geeft, vergoeding voor reis- en verblijfkosten, alsmede vergoeding voor tijdverzuim, op de voet van het bij en krachtens de Wet tarieven in strafzaken bepaalde.

§ 2a — Werkwijze van het fonds bij verzoeken tot uitkering en de procedure van afhandeling daarvan bij grensoverschrijdende situaties binnen de Europese Unie

Artikel 12a

1 Op verzoek van de aanvrager draagt het fonds zorg voor:

a. het verstrekken van informatie over de mogelijkheden om een aanvraag voor een uitkering te doen;

b. de vereiste aanvraagformulieren alsmede informatie over het invullen daarvan;

c. het zo spoedig mogelijk verzenden van een aanvraag en eventuele bijgevoegde stukken naar de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat;

d. het verstrekken van algemene raad, indien nodig, over aanvullende informatie waar de bevoegde instantie van de desbetreffende lidstaat om verzoekt en het zo spoedig mogelijk verzenden van die aanvullende informatie.

2 Het fonds verstrekt de aanvraag, de stukken en informatie, bedoeld in het eerste lid, onder c en d, in de officiële taal of een van de talen van de lidstaat van de instantie tot welke de aanvraag, de stukken en informatie zijn gericht, die een taal van de instellingen van de Unie is, of in een andere taal van de instellingen van de Unie waarvan die lidstaat heeft aangegeven dat hij deze kan aanvaarden.

§ 2a — Werkwijze van het fonds bij verzoeken tot uitkering en de procedure van afhandeling daarvan bij grensoverschrijdende situaties binnen de Europese Unie

Artikel 12b

1 Na ontvangst door het fonds van een aanvraag tot uitkering van de bevoegde instantie uit een andere lidstaat, zendt het fonds die instantie en de aanvrager zo spoedig mogelijk de volgende informatie:

a. een bevestiging van ontvangst van de aanvraag;

b. de naam van de voor de afhandeling van de aanvraag verantwoordelijke contactpersoon of afdeling;

c. indien mogelijk, een indicatie van de verwachte beslissingstermijn.

2 Op de in het eerste lid bedoelde informatie is artikel 12a, tweede lid, van overeenkomstige toepassing.

3 Het fonds zendt de beslissing op de aanvraag zo spoedig mogelijk aan de aanvrager en aan de bevoegde instantie bedoeld in het eerste lid.

§ 2a — Werkwijze van het fonds bij verzoeken tot uitkering en de procedure van afhandeling daarvan bij grensoverschrijdende situaties binnen de Europese Unie

Artikel 12c

1 Indien de bevoegde instantie van een lidstaat, de aanvrager of een derde, zoals een getuige of een deskundige, wenst te horen, stelt het fonds de desbetreffende bevoegde instantie in staat de aanvrager of derde rechtstreeks te horen per telefoon- of videoverbinding, of hoort het fonds de aanvrager of derde zelf en zendt zij hiervan proces-verbaal van verhoor naar de bevoegde instantie. De aanvrager en de derden zijn niet verplicht tot medewerking aan rechtstreeks verhoor.

2 Indien het fonds de aanvrager of een derde, zoals een getuige of deskundige, wenst te horen, stelt zij de bevoegde instantie in de desbetreffende lidstaat hiervan in kennis.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 13

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag waarop de Wet voorlopige regeling schadefonds geweldsmisdrijven in werking treedt.

§ 3 — Slotbepalingen

Artikel 14

Dit besluit kan worden aangehaald als "Besluit schadefonds geweldsmisdrijven".