wetzoeker

Artikel 3 Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis

Personele en materiële kosten die samenhangen met het koningschap, niet zijnde de uitkeringen die op grond van de artikelen 1 en 2 worden verstrekt, worden bekostigd uit de begroting van het Rijk voor zover deze hiervoor een voorziening bevat en nadat de kosten door of vanwege de Koning daartoe door tussenkomst van Onze Minister-President bij Onze minister die het aangaat zijn gedeclareerd.

Regeling
Wet financieel statuut van het Koninklijk Huis
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0002845
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl