wetzoeker

Artikel 17 Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945

De uitkering

1 Op de in artikel 10 bedoelde uitkering wordt, indien de uitkeringsgerechtigde de pensioengerechtigde leeftijd, bedoeld in artikel 7a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet, heeft bereikt, een toeslag verleend. Deze toeslag bedraagt:

a. voor de gehuwde uitkeringsgerechtigde 60% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder b, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet;

b. voor de ongehuwde uitkeringsgerechtigde 20% van het bedrag van het bruto-ouderdomspensioen voor de pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van de Algemene Ouderdomswet, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 29 van die wet.

2 De in het eerste lid bedoelde toeslag wordt niet verleend aan de gehuwde uitkeringsgerechtigde, van wie de echtgenoot recht heeft op enig pensioen en ten aanzien van wie artikel 19, achtste lid, wordt toegepast.

3 Onder enig pensioen als bedoeld in het tweede lid wordt verstaan, een pensioen ten laste van de Nederlandse Schatkist of die van de Nederlandse Antillen of Aruba, van een publiekrechtelijk lichaam of een privaatrechtelijke rechtspersoon in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba, dan wel ten laste van een door het openbaar gezag in Nederland, de Nederlandse Antillen of Aruba ingesteld fonds, alsmede een uitkering ingevolge deze wet of de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940–1945.

Regeling
Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945
Afkortingen
WUV
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2026
BWB-id
BWBR0002844
Versie
2026-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl