wetzoeker

Artikel 24 Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart

Algemene bepalingen

1 De vergoeding, bedoeld in de artikelen 4, 7, 9, tiende lid, 11, derde en vierde lid, 12, eerste en tweede lid, 13, eerste lid, 16, elfde lid, en 17, eerste lid, alsmede het bedrag, bedoeld in artikel 17, vierde lid, wordt met inachtneming van het bepaalde in het tweede en vierde lid van dit artikel vastgesteld volgens daaromtrent nader bij algemene maatregel van Rijksbestuur te stellen regelen; deze regelen hebben mede betrekking op het tijdstip van vaststelling der vergoeding en de betaalbaarstelling.

2 Het bedrag der vergoeding wordt, zo mogelijk, door Onze Minister in overeenstemming met de belanghebbende vastgesteld.

3 Nadat overeenstemming is bereikt, wordt een bewijsstuk, waarin het overeengekomene wordt vastgelegd, opgemaakt alsmede door de belanghebbende en door of vanwege Onze Minister ondertekend. Van dit bewijsstuk ontvangen beiden een exemplaar.

4 De vaststelling van het bedrag der vergoeding, te betalen aan belanghebbenden, met wie daarover geen overeenstemming is bereikt, geschiedt:

1°. door de rechtbank in het arrondissement waar de belanghebbende woont, indien deze in Nederland, met uitzondering van de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, woonachtig is;

2°. door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao en Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, indien de belanghebbende woonachtig is in Aruba, Curaçao, Sint Maarten of de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba;

3°. door de rechtbank Amsterdam, indien de belanghebbende niet binnen het Koninkrijk woonachtig is.

Regeling
Rijkswet Noodvoorzieningen Scheepvaart
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002810
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl