wetzoeker

Besluit ex artikel 11a der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Besluit van 21 februari 1972, tot uitvoering van artikel 11a der Wet buitengewoon pensioen 1940-1945

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2011
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0002801
Versie
2011-01-01_0
SHA-256 bron
26776624088afa0318a10ee9a403620b93143a8b96ddce914f37c11553b60ff6

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (6)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

de wet: de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1986, 575);

Onze Minister: Onze Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur;

de Sociale verzekeringsbank: de Sociale verzekeringsbank, genoemd in hoofdstuk 6 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;

de belanghebbende: de deelnemer aan het verzet in de zin van artikel 1, eerste lid, van de wet, alsmede degene die behoort tot een van de categorieën van personen, bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de wet.

Artikel 2

De behandeling en verpleging als bedoeld in artikel 11a der wet, omvat naast genees- en heelkundige voorzieningen, voorzieningen van medisch-sociale aard alsmede al hetgeen geacht kan worden dienstig te zijn voor het herstel, het behoud of de bevordering van de geschiktheid tot werken, voor zover die geschiktheid is verminderd ten gevolge van verwonding, verminking, ziekten of gebreken, welke het recht op buitengewoon pensioen hebben doen ontstaan.

Artikel 3

1 De kosten van de in artikel 2 bedoelde behandeling en verpleging worden slechts vergoed, indien en voor zover de belanghebbende niet op grond van andere voorschriften of krachtens overeenkomst op volledige of gedeeltelijke vergoeding van die kosten aanspraak kan maken. Daarbij wordt de in het derde lid bedoelde vaste vergoeding niet in aanmerking genomen.

2 Behoudens de in het derde lid bedoelde vaste vergoeding wordt de vergoeding voor behandeling en verpleging verleend volgens door Onze Minister te stellen regelen.

3 Voor de bestrijding van kosten van voorzieningen van medisch-sociale aard wordt aan de belanghebbende, die een vermeerdering, bedoeld in de artikelen 10 en 11 van de wet, geniet, jaarlijks een vaste vergoeding toegekend van € 1361,34. Deze vergoeding wordt in maandelijkse termijnen van € 113,45 uitbetaald. Het recht op deze vergoeding gaat in op de eerste dag van de maand waarin bedoelde vermeerdering wordt toegekend, en eindigt met het einde van de maand, waarin de belanghebbende is overleden.

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin het wordt geplaatst, en werkt terug tot 1 januari 1970.