wetzoeker

Uitvoeringswet inzake Overeenkomst beslissingen tot verbetering van akten van de burgerlijke stand

Wet van 17 februari 1972, houdende uitvoering van de op 10 september 1964 te Parijs ondertekende Overeenkomst inzake beslissingen tot verbetering van akten van de burgerlijke stand, met Bijlagen en aanvulling, in verband daarmede, van artikel 29 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2004
Rechtsgebied
Openbare orde en veiligheidsrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002800
Versie
2004-07-01_0
SHA-256 bron
f4add65c111372b0d29ecd842c236d83d2d955087635be8f47d737f052c514b1

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (11)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5
  6. Artikel 6
  7. Artikel 7
  8. Artikel 8
  9. Artikel 9
  10. Artikel 10
  11. Artikel 11

Artikel 1

In deze wet wordt onder "de Overeenkomst" verstaan, de op 10 september 1964 te Parijs ondertekende Overeenkomst inzake beslissingen tot verbetering van akten van de burgerlijke stand, met Bijlagen (Trb. 1965, 89).

Artikel 2

De autoriteit, bevoegd tot het toezenden of ontvangen van stukken of kennisgevingen als bedoeld in artikel 5 van de Overeenkomst, is Onze Minister van Justitie.

Artikel 3

Als Nederlandse gerechtelijke autoriteit, bedoeld in artikel 4, eerste lid, van de Overeenkomst wordt aangewezen de rechtbank, binnen welker rechtsgebied de akte, waarop de beslissing tot verbetering betrekking heeft, in de registers van de burgerlijke stand is opgenomen.

Artikel 4

Indien bij beschikking van de rechtbank of bevel van het openbaar ministerie verbetering is gelast van fouten in akten van de burgerlijke stand overeenkomstig artikel 2 van de Overeenkomst, zendt de ambtenaar van de burgerlijke stand, nadat hij in het onder hem berustende register de verbetering heeft aangebracht, een afschrift van de beschikking of van het bevel en een afschrift van de door hem verbeterde akte aan Onze Minister van Justitie.

Artikel 5

Onze Minister van Justitie zendt, behoudens het bepaalde in artikel 8, het afschrift van de in een andere der Overeenkomstsluitende Staten op grond van artikel 2 van de Overeenkomst genomen beslissing tot verbetering van een akte van de burgerlijke stand en het afschrift van de verbeterde akte, zo nodig voorzien van door hem bezorgde vertalingen, aan de ambtenaar van de burgerlijke stand onder wie het register berust, waarin de verbetering moet worden aangebracht.

Artikel 6

De ambtenaar van de burgerlijke stand voegt van de op grond van artikel 2 van de Overeenkomst genomen beslissing tot verbetering een latere vermelding toe aan de akte waarop de beslissing betrekking heeft.

Artikel 7

Een ingeschreven akte en een latere vermelding van een akte worden ingevolge artikel 3 van de Overeenkomst verbeterd, doordat de ambtenaar van de burgerlijke stand, aan wie een afschrift van de beslissing tot verbetering en een afschrift van de verbeterde akte zijn overgelegd, een latere vermelding in het onder hem berustende register opneemt. Meent hij dat de verbetering buiten de werkingssfeer van de Overeenkomst valt of zelf foutief is, dan zendt hij de stukken aan Onze Minister van Justitie.

Artikel 8

Indien Onze Minister van oordeel is, dat de tenuitvoerlegging van de verbetering op grond van artikel 4 van de Overeenkomst moet worden geweigerd, stelt hij de hem toegezonden stukken in handen van het openbaar ministerie.

Artikel 9

1 Op het verzoek van het openbaar ministerie tot weigering van de tenuitvoerlegging beslist de rechtbank bij een met redenen omklede beschikking.

2 De griffier van het college waarvoor de zaak laatstelijk aanhangig was, zendt een afschrift van de beschikking, zodra deze in kracht van gewijsde is gegaan, aan Onze Minister van Justitie.

Artikel 10

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 11

Deze wet treedt in werking met ingang van de dag waarop de Overeenkomst voor Nederland in werking treedt.