wetzoeker

Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen

Wet van 15 december 1971, houdende een nieuwe regeling betreffende het ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen

Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2002
Afkortingen
Watov
Rechtsgebied
Ondernemingspraktijk
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002798
Versie
2002-01-01_0
SHA-256 bron
145ed1545b88e7df25caa3ce518049c06ea0e585e5150f24066efce426bebb08

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

Het is verboden openbare verkopingen bij opbod, bij opbod en afslag of bij afslag van roerende zaken, met uitzondering van zaken, toebehorende aan of beheerd door de Staat, provincies, gemeenten, waterschappen, veenschappen, veenpolders of andere lichamen aan wie krachtens de Grondwet verordenende bevoegdheid is verleend, te houden, anders dan ten overstaan van notarissen of van deurwaarders bij de rechterlijke colleges.

Artikel 2

1 De bepaling van artikel 1 is niet van toepassing op verkopingen, welke gedurende ten minste zes weken van het jaar ten minste eenmaal per week in hetzelfde gebouw of op het zelfde terrein plaats hebben en waarbij uitsluitend voortbrengselen van een zelfde tak van bedrijf worden verkocht alsmede op verkopingen van te velde staande gewassen en op verkopingen door de strandvonder, bedoeld in de artikelen 14 en 17 van de Wet op de strandvonderij.

2 Onze Minister van Justitie kan bepalen, dat de bepaling van artikel 1 niet van toepassing is op de door hem aan te wijzen openbare verkopingen bij afslag.

Artikel 3

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 4

Deze wet kan worden aangehaald als Wet ambtelijk toezicht bij openbare verkopingen en treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 103, tweede, derde en vierde lid van de Registratiewet 1917 vervalt.