wetzoeker

Wet voorzieningen tijdelijke verhoging of verlaging van belasting op grond van conjuncturele overwegingen

Wet van 15 december 1971, houdende voorzieningen met betrekking tot de tijdelijke verhoging of verlaging van belasting op grond van conjuncturele overwegingen

Soort
Wet
Geldend vanaf
19-12-1971
Rechtsgebied
BTW en accijns, Belastingrecht
Ministerie
Financiën
BWB-id
BWBR0002797
Versie
1971-12-19_0
SHA-256 bron
b37a7bd01bd2185cb8a801ffacf4d14873768a01e843656385aaee88448dc0ab

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (3)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3

Artikel 1

1 Krachtens artikel 1 van de Wet tot tijdelijke verhoging of verlaging van belasting op grond van conjuncturele overwegingen (Stb. 1970, 605) verhoogt Onze Minister van Financiën de in dat artikel genoemde belastingen met een percentage van vijf en beëindigt hij de verhoging ingevolge zijn beschikking van 30 december 1970, nr. A70/18382 (Stcrt. 252), een en ander met ingang van 1 januari 1972. De verhoging blijft achterwege voor de omzetbelasting geheven naar de in artikel 9, eerste lid, en in artikel 20, eerste lid, van de Wet op de omzetbelasting 1968 (Stb. 329) opgenomen tarieven. Voorts kan verhoging van de in de vorige volzin bedoelde omzetbelasting achterwege blijven bij latere vervanging van het voor de overige belastingen geldende percentage.

2 Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde verhoging:

a. behoeft niet een termijn van twee maanden tussen het tot stand komen van de beschikking en 1 januari 1972 in acht te worden genomen;

b. gaat het aan de Staten-Generaal te zenden afschrift van de beschikking niet vergezeld van een nota;

c. blijft het zenden aan de Staten-Generaal van een voorstel van wet tot goedkeuring met de daarbij behorende nota achterwege;

d. bedraagt de verlaging van de rijksuitgaven niet meer dan 90 miljoen gulden.

3 Met betrekking tot de in het eerste lid bedoelde beëindiging van de verhoging:

a. behoeft niet een termijn van twee maanden tussen het tot stand komen van de beschikking en 1 januari 1972 in acht te worden genomen;

b. blijft het zenden aan de Staten-Generaal van een voorstel van wet tot handhaving van de goedkeuring met de daarbij behorende nota achterwege.

Artikel 2

Bevat wijzigingen in andere regelgeving.

Artikel 3

Deze wet treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad, waarin zij is geplaatst.