wetzoeker

Besluit ex artikelen 818 en 820 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering

Besluit van 29 juni 1971, houdende regelen betreffende de wijze van kennisgeving en oproeping in zaken van echtscheiding, scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-09-2008
Rechtsgebied
Burgerlijk procesrecht, Procesrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002773
Versie
2008-09-01_0
SHA-256 bron
1057807cbaa92c2e1f8bf937cd90c6e469ec78707b8e0fc13fd913d0b3531487

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (4)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4

Artikel 1

1 De in artikel 818, eerste lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kennisgeving en oproeping vinden plaats:

a. ten aanzien van de echtgenoot, die de vordering heeft ingesteld, bij brief;

b. ten aanzien van de echtgenoot, tegen wie de vordering is ingesteld, bij aangetekende brief, tenzij de rechter anders bepaalt.

2 Indien de rechter heeft bepaald dat de in het geding verschenen partijen bij de in het eerste lid van artikel 818 bedoelde persoonlijke verschijning vergezeld dienen te zijn van hun advocaten, wordt dit in de kennisgeving vermeld.

Artikel 2

De in artikel 820, tweede lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering bedoelde kennisgeving geschiedt bij brief, tenzij de rechter anders bepaalt.

Artikel 3

De in dit besluit bedoelde kennisgevingen en oproepingen vermelden zo nauwkeurig mogelijk de plaats waar de terechtzitting wordt gehouden. Zij worden onverwijld verzonden.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking tegelijk met de Wet herziening echtscheidingsrecht.