wetzoeker

Artikel 59 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Wie uiterste wilsbeschikkingen kunnen maken en wie daaruit voordeel kunnen genieten

1 De beroepsbeoefenaren op het gebied van de individuele gezondheidszorg, die iemand gedurende de ziekte waaraan hij is overleden, bijstand hebben verleend, alsmede de geestelijk verzorgers die hem gedurende die ziekte hebben bijgestaan, kunnen geen voordeel trekken uit de uiterste wilsbeschikkingen die zodanig persoon gedurende de behandeling of de bijstand te hunnen behoeve heeft gemaakt.

2 Ook kan degene die een voor de verzorging of verpleging van bejaarden of geestelijk gestoorden bestemde instelling exploiteert of die daarvan de leiding heeft of daarin werkzaam is, geen voordeel trekken uit de uiterste wilsbeschikkingen, welke zodanig persoon gedurende een verblijf in die instelling te zijnen behoeve heeft gemaakt.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 4
Afkortingen
BW, BW Boek 4, BW4
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002761
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl