wetzoeker

Artikel 49 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen

1 Een ten laste van een erfgenaam gemaakt legaat van een bepaald goed, of van een op een bepaald goed te vestigen recht, vervalt indien het goed bij het openvallen van de nalatenschap daartoe niet behoort, tenzij uit de uiterste wil zelf is af te leiden dat de erflater de beschikking niettemin heeft gewild.

2 Kan in laatstgenoemd geval degene op wie de verplichting rust, zich het gelegateerde goed niet of slechts ten koste van een onevenredig grote opoffering verschaffen, dan is hij gehouden de waarde van het goed uit te keren.

3 Voor de toepassing van het eerste lid wordt een goed geacht niet tot de nalatenschap te behoren, indien de erflater tot overdracht van het goed verplicht was en deze verbintenis niet met zijn dood is tenietgegaan.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 4
Afkortingen
BW, BW Boek 4, BW4
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002761
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl