wetzoeker

Artikel 46 Burgerlijk Wetboek Boek 4

Uiterste wilsbeschikkingen in het algemeen

1 Bij de uitlegging van een uiterste wilsbeschikking dient te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst te regelen, en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.

2 Daden of verklaringen van de erflater buiten de uiterste wil mogen slechts dan voor uitlegging van een beschikking worden gebruikt, indien deze zonder die daden of verklaringen geen duidelijke zin heeft.

3 Wanneer een erflater zich klaarblijkelijk in de aanduiding van een persoon of een goed heeft vergist, wordt de beschikking naar de bedoeling van de erflater ten uitvoer gebracht, indien deze bedoeling ondubbelzinnig met behulp van de uiterste wil of met andere gegevens kan worden vastgesteld.

Regeling
Burgerlijk Wetboek Boek 4
Afkortingen
BW, BW Boek 4, BW4
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002761
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl