wetzoeker

Artikel 8 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

De termijn van indiening van de vorderingen

1 De Commissie bepaalt zo spoedig mogelijk de dag waarop uiterlijk de vorderingen moeten worden ingediend.

2 De Commissie doet daarvan aankondiging in de Nederlandse Staatscourant, in het Gouvernements Advertentieblad van Suriname en in de Curaçaosche Courant. Aan de Commissie staat ter beoordeling, of ook op andere wijze daaraan bekendheid zal worden gegeven.

3 Tussen de dag van de aankondiging in de Nederlandse Staatscourant en de dag waarop uiterlijk de indiening moet geschieden, moet een termijn van ten minste drie maanden liggen.

4 Vorderingen die niet tijdig zijn ingediend, komen niet in aanmerking voor verificatie noch voor een uitkering. De Commissie kan om gewichtige redenen beslissen, dat een niet tijdig ingediende vordering toch in aanmerking komt voor verificatie en een uitkering.

Regeling
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-1971
BWB-id
BWBR0002749
Versie
1971-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl