wetzoeker

Artikel 3 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

De Commissie

1 Onze Minister van Justitie benoemt een Commissie, bestaande uit een voorzitter en ten minste twee leden.

2 De beslissingen, bij deze Rijkswet aan de Commissie opgedragen, worden genomen bij meerderheid van stemmen, bij staking van stemmen beslist de Voorzitter.

3 Met uitzondering van het nemen van een beslissing omtrent het erkennen van een vordering en het vaststellen van het bedrag daarvan, alsmede omtrent het verlagen van een vordering als bedoeld in artikel 13, derde lid, kunnen alle taken, bij deze Rijkswet aan de Commissie opgedragen, door haar worden gedelegeerd aan de Voorzitter of een harer leden.

Regeling
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-1971
BWB-id
BWBR0002749
Versie
1971-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl