wetzoeker

Artikel 25 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Slotbepalingen

1 Waardepapieren, schuldbewijzen en andere bewijsstukken, welke door schuldeisers zijn overgelegd, hetzij aan de Commissie, hetzij aan het Gerechtshof, hetzij aan de Vereeniging, worden overgedragen aan Onze Minister van Buitenlandse Zaken, die daarmede handelt overeenkomstig hetgeen in de Overeenkomst is voorgeschreven. Schuldeisers die aantonen daaraan behoefte te hebben, kunnen, zolang die bescheiden onder Onze Minister van Buitenlandse Zaken berusten, deze verzoeken afschriften daarvan aan hen ter hand te stellen. Onze Minister van Buitenlandse Zaken is bevoegd, in zodanig geval op die afschriften te vermelden dat terzake van de rechten waarop zij betrekking hebben, door de schuldeiser finale kwijting is verleend.

2 Stukken die niet krachtens de Overeenkomst aan de Regering van de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken ter hand behoeven te worden gesteld, kan Onze Minister van Buitenlandse Zaken na verloop van tien jaar na de uitkering vernietigen.

Regeling
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-1971
BWB-id
BWBR0002749
Versie
1971-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl