wetzoeker

Artikel 23 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

Uitdeling

Indien ten tijde van de uitdeling er gevallen zijn, waarin krachtens artikel 14 een beslissing over de vraag aan welke persoon een bepaalde vordering toekomt, niet is genomen en niet inmiddels op andere wijze is komen vast te staan aan wie de vordering toekomt, wordt het voor uitkering vatbare bedrag waarvoor zodanige vordering op de in artikel 22, eerste lid, bedoelde lijsten voorkomt, door Onze Minister van Buitenlandse Zaken gestort in de consignatiekas ten behoeve van degeen die daarop uiteindelijk zal blijken rechthebbende te zijn.

Regeling
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-1971
BWB-id
BWBR0002749
Versie
1971-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl