wetzoeker

Artikel 12 Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen

De verificatie van de vorderingen der schuldeisers, niet zijnde obligatiehouders

1 De Commissie kan andere personen dan de schuldeiser, die voor haar zijn verschenen tot het verstrekken van inlichtingen, verzoeken hun verklaring onder ede af te leggen.

2 De in het vorige lid bedoelde personen leggen voor het doen van hun verklaring op de bij de wet bepaalde wijze de eed of de belofte af de waarheid en niets dan de waarheid te zullen verklaren.

3 Ter aanvulling van onvolledig bewijs kan de Commissie aan de schuldeiser een eed opleggen omtrent de waarheid van door hem verstrekte inlichtingen of gedane mededelingen. Het vorige lid is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Rijkswet houdende verdeling van het bedrag bedoeld in de overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Unie van Socialistische Sowjetrepublieken inzake de regeling van wederzijdse financiële en eigendomsvorderingen
Soort
Rijkswet
Geldend vanaf
01-07-1971
BWB-id
BWBR0002749
Versie
1971-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl