wetzoeker

Artikel II Premiespaarregeling Binnenlandse Veiligheidsdienst 1968

Voor de toepassing van de spaarregeling 1968 ten aanzien van belanghebbende wordt:

A. artikel 4 als volgt gelezen:

1. De belanghebbende kan op zijn bezoldiging een op hele guldens afgerond bedrag doen inhouden ter storting op een van dienstwege geopende spaarrekening. De inhouding bedraagt per maand niet meer dan f 42,-.

2. Bij de dienst wordt voor iedere belanghebbende, die een bedrag als bedoeld in het eerste lid doet inhouden, een afzonderlijke rekening bijgehouden.

3. De inhouding of wijziging van de inhouding, daaronder begrepen beëindiging van de inhouding, gaat uiterlijk in bij de uitbetaling van de bezoldiging over de tweede maand volgende op die, waarin het verzoek tot inhouding of tot wijziging van het bedrag van de inhouding is ingediend. Een verzoek als in de vorige volzin bedoeld mag slechts eenmaal met betrekking tot hetzelfde kalender-jaar worden ingediend.

B. onder "bijzondere spaarrekening" verstaan: de afzonderlijke rekening;

C. het bepaalde in artikel 15 buiten toepassing gelaten.

Regeling
Premiespaarregeling Binnenlandse Veiligheidsdienst 1968
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-07-1968
BWB-id
BWBR0002717
Versie
1968-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl