wetzoeker

Artikel 4 Wet op de vennootschapsbelasting 1969

Belastingplicht

Onder het drijven van een onderneming als bedoeld in artikel 2, tweede en achtste lid, en in artikel 3, derde lid, wordt mede verstaan:

a. een uiterlijk daarmee overeenkomende werkzaamheid waardoor in concurrentie wordt getreden met ondernemingen, gedreven door natuurlijke personen, dan wel door lichamen, vermeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a, b, c en d;

b. een werkzaamheid die bestaat uit de verzorging van werknemers of gewezen werknemers, van hun echtgenoten of gewezen echtgenoten, dan wel hun partners of gewezen partners en van hun kinderen of pleegkinderen door middel van uitkeringen op grond van een regeling voor vervroegde uittreding (VUT-uitkeringen) of pensioen, uit het verzekeren van dergelijke uitkeringen, dan wel uit het verzekeren van lijfrenten of kapitaalsuitkeringen uit levensverzekering;

c. het zijn van medegerechtigde tot het vermogen van een onderneming, voor zover dit niet opkomt uit effectenbezit, waarbij de medegerechtigdheid zich niet behoeft uit te strekken tot een eventueel liquidatiesaldo.

Regeling
Wet op de vennootschapsbelasting 1969
Afkortingen
Vpb, Wet Vpb 1969
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0002672
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl