wetzoeker

Artikel 21b Wet op de omzetbelasting 1968

Vrijstellingen

1 Voor de invoer van goederen wordt vrijstelling verleend indien deze invoer geen handelskarakter heeft en deze goederen deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers komende uit derdelandsgebieden of derde-landen. De vrijstelling wordt verleend voor:

a. goederen, niet zijnde goederen bedoeld in de onderdelen b tot en met e, waarvan de totale waarde niet meer dan € 430 per reiziger bedraagt. Voor de toepassing van dit onderdeel wordt de waarde van een afzonderlijk goed niet gesplitst;

b. de volgende tabaksproducten per reiziger tot een maximum van:

– 200 sigaretten;

– 100 cigarillo’s;

– 50 sigaren;

– 250 gram rooktabak; of

– een proportioneel assortiment van deze producten;

c. alcohol en alcoholhoudende dranken, niet zijnde niet-mousserende wijnen en bier, per reiziger tot een maximum van:

– 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol. of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol. en hoger;

– 2 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22% vol.; of een proportioneel assortiment van deze producten;

d. een maximale hoeveelheid van 4 liter niet-mousserende wijn en 16 liter bier per reiziger;

e. brandstof die zich in het normale reservoir van een voertuig bevindt, alsmede per voertuig een maximale hoeveelheid van tien liter brandstof in een draagbaar reservoir.

2 Het maximumbedrag, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt voor reizigers in de particuliere plezierluchtvaart of plezierzeevaart beperkt tot € 300.

3 De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, geldt niet voor reizigers jonger dan zeventien jaar.

4 De maximale hoeveelheden, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b, c en d, worden voor personeel van vervoermiddelen die worden gebruikt in het verkeer tussen de Unie en derdelandsgebieden of derde-landen beperkt tot de volgende hoeveelheden:

a. voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b:

– 40 sigaretten;

– 20 cigarillo’s;

– 10 sigaren;

– 50 gram rooktabak;

b. voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel c:

– 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van meer dan 22% vol. of niet gedenatureerde ethylalcohol van 80% vol. en hoger;

– 1 liter alcohol en alcoholhoudende dranken met een alcoholgehalte van maximaal 22% vol.;

c. voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel d:

2 liter niet-mousserende wijn en 8 liter bier.

Regeling
Wet op de omzetbelasting 1968
Afkortingen
OB, Wet OB, Wet OB 1968
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2026
BWB-id
BWBR0002629
Versie
2026-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl