wetzoeker

Artikel 77 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

Overgangsbepalingen in verband met Boek 3

Op roerende zaken die tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet onroerend door bestemming waren en als zodanig aan hypotheek waren onderworpen, rust van dat tijdstip af een pandrecht. Het pandrecht komt na dat tijdstip mede te rusten op roerende zaken die als onroerend door bestemming onder het tevoren geldende recht aan die hypotheek zouden zijn onderworpen. Met betrekking tot de zaken, in de eerste en tweede zin genoemd, wordt geacht het in artikel 254 lid 1 van Boek 3 bedoelde beding te zijn gemaakt. Het pandrecht op de in de eerste zin bedoelde zaken werkt tegen de, vóór het in werking treden van de wet ontstane, rechten en vorderingen, waartegen de hypotheek kon worden ingeroepen; met betrekking tot de rangorde geldt het als gevestigd op het tijdstip waarop de zaak met hypotheek werd belast.

Regeling
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
Afkortingen
NBW, Overgangswet NBW
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0002565
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl