wetzoeker

Artikel 18 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

Overgangsbepalingen in verband met Boek 1

1 Een kind dat, naar de vóór het tijdstip van in werking treden van Boek 1 geldende voorschriften, met zijn moeder niet in burgerlijke betrekkingen stond, staat van dat tijdstip af van rechtswege onder voogdij van de moeder, mits deze daartoe op dat tijdstip bevoegd is en tenzij voordien een ander tot voogd benoemd was.

2 De moeder van een kind, als in het eerste lid bedoeld, die op het aldaar genoemde tijdstip onbevoegd was tot de voogdij over het kind, verkrijgt deze voogdij van rechtswege, indien deze openstaat op het tijdstip, waarop zij daartoe bevoegd wordt.

3 Indien op het in het eerste lid genoemde tijdstip de voogdij niet openstaat, kan de tot de voogdij bevoegde moeder de kantonrechter verzoeken haar tot voogdes te benoemen; op een zodanig verzoek is artikel 287 leden 4 en 5 van Boek 1 van toepassing.

Regeling
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
Afkortingen
NBW, Overgangswet NBW
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0002565
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl