wetzoeker

Artikel 129 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek

Overgangsbepalingen in verband met Boek 4

1 Indien een erflater voor het in werking treden van de wet ten behoeve van zijn niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot of zijn geregistreerde partner een uiterste wilsbeschikking heeft gemaakt en de nalatenschap nadien is opengevallen, is de vordering van een legitimaris, voor zover deze ten laste zou komen van de echtgenoot of geregistreerde partner, eerst opeisbaar na diens overlijden. Hetzelfde geldt in het geval van een uiterste wilsbeschikking ten behoeve van een andere levensgezel, indien deze met de erflater een gemeenschappelijke huishouding voerde.

2 Het eerste lid is niet van toepassing voor zover uit de uiterste wilsbeschikking anders valt af te leiden.

De artikelen 87 leden 5 en 6 en 88 van Boek 4 zijn mede van toepassing.

3 Op een verdeling gemaakt met toepassing van artikel 1167 van Boek 4 van het Burgerlijk Wetboek, zoals dat gold tot aan het tijdstip van het in werking treden van de wet, is na dat tijdstip artikel 186 lid 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek niet van toepassing.

Regeling
Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek
Afkortingen
NBW, Overgangswet NBW
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0002565
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl