wetzoeker

Artikel 16 Uitleveringswet

Voorlopige aanhouding

1 Een voortvluchtige wiens bewaring overeenkomstig artikel 15 is bevolen, wordt - behoudens de mogelijkheid van verdere vrijheidsbeneming uit anderen hoofde - in vrijheid gesteld:

a. zodra zulks door de rechtbank, de rechter-commissaris of de officier van justitie, ambtshalve of op verzoek van de voortvluchtige of diens raadsman, wordt gelast;

b. zodra de termijn is verstreken binnen welke, volgens het toepasselijke verdrag, de voorlopige aanhouding moet worden gevolgd door een verzoek tot uitlevering, en zodanig verzoek niet inmiddels is gedaan;

c. zodra de bewaring twintig dagen heeft geduurd.

2 In gevallen waarin artikel 13, derde lid, toepassing vindt, worden de in het vorige lid, onder b en c, genoemde tijdvakken, na afloop waarvan de voortvluchtige in vrijheid moet worden gesteld, met vier dagen verlengd.

Regeling
Uitleveringswet
Afkortingen
UW
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-07-2025
BWB-id
BWBR0002559
Versie
2025-07-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl