wetzoeker

Wet toekenning gedeeltelijke compensatie voor ingevolge AOW en AWW geheven premie over een buitengewoon pensioen

Wet van 14 juli 1966, tot toekenning van gedeeltelijke compensatie voor de ingevolge de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) geheven premie over een buitengewoon pensioen krachtens de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1947, H 313) en de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420)

Soort
Wet
Geldend vanaf
19-09-1966
Rechtsgebied
Arbeidsrecht en sociaal-zekerheidsrecht, Pensioenrecht
Ministerie
Volksgezondheid, Welzijn en Sport
BWB-id
BWBR0002533
Versie
1966-09-19_0
SHA-256 bron
57edc460c44788f7781c70f152914199415e33b740b06ac9cfe485339e141fe0

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (2)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2

Artikel 1

1 Voor zover van een persoon ter zake van het genot van een buitengewoon pensioen krachtens de Wet buitengewoon pensioen 1940-1945 (Stb. 1947, H 313) of de Wet buitengewoon pensioen zeelieden-oorlogsslachtoffers (Stb. 1947, H 420) premie ingevolge de Algemene Ouderdomswet (Stb. 1956, 281) en de Algemene Weduwen- en Wezenwet (Stb. 1959, 139) wordt geheven, wordt hem ten laste van het Rijk een vergoeding verleend.

2 De in het vorige lid bedoelde vergoeding bedraagt zes en zes tiende procent van het over 1964 betaalbaar buitengewoon pensioen en acht en een tiende procent van het betaalbaar buitengewoon pensioen over perioden nà 31 december 1964.

3 Het overeenkomstig het vorige lid berekende bedrag mag per maand niet hoger zijn dan een twaalfde deel van de overeenkomstig de vorige leden over een maximaal premie-inkomen berekende vergoeding.

Artikel 2

Op pensioenen, betrekking hebbende op perioden nà 31 december 1963, zijn de wetten van 23 oktober 1957 (Stb. 446 en 447) niet van toepassing.