wetzoeker

Artikel 4 Besluit uitvoering artikel 15, tweede lid, Vorderingswet 1962

1 In geval van vordering van een recht tot gebruik van een onroerende zaak wordt de waarde van het gevorderde recht vastgesteld op de huurwaarde van de zaak naar de maatstaven van de artikelen 7 en 8 van de Wet op de personele belasting 1950 (Stb. 598) of de pachtwaarde van de zaak naar de maatstaven van de ter uitvoering van artikel 327 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek gestelde regelen.

2 In een geval, als in het eerste lid bedoeld, wordt een schadeloosstelling verminderd met de kosten van het onderhoud van de zaak, hetwelk ingevolge het Burgerlijk Wetboek ten laste komt van degene, die op die schadeloosstelling recht heeft, indien en voor zover bij gebreke van zodanig onderhoud door hem dit plaatsheeft door degene, te wiens behoeve de vordering is geschied.

3 Indien het gevorderde gebruiksrecht een beperkte inhoud heeft, wordt de waarde van het gevorderde recht naar evenredigheid verminderd.

Regeling
Besluit uitvoering artikel 15, tweede lid, Vorderingswet 1962
Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2024
BWB-id
BWBR0002528
Versie
2024-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl