wetzoeker

Artikel 21 Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps

Uitvoeringsbepalingen

1 Indien een betrokkene een algemeen ouderdomspensioen, een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering gaat genieten, of indien in het bedrag daarvan een wijziging wordt aangebracht op grond van persoonlijke omstandigheden van hemzelf, zijn echtgenoot of zijn kinderen, dan wel het genot van een algemene nabestaandenuitkering of een algemene wezenuitkering eindigt, is hij gehouden hiervan onverwijld kennis te geven aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

2 Indien de belanghebbende de in het vorige lid bedoelde kennisgeving niet onverwijld doet, gaat een vermindering van de beperking niet vroeger in dan een jaar voor de eerste dag van de maand waarin de kennisgeving wordt gedaan of waarin ambtshalve vermindering van de beperking plaatsvond.

3 In bijzondere gevallen kan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het vorige lid buiten toepassing laten.

Regeling
Wet aanpassing pensioenvoorzieningen Bijstandkorps
Afkortingen
APB, Wet APB
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2015
BWB-id
BWBR0002507
Versie
2015-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl