wetzoeker

Artikel 57 — Instructies voor noodgevallen aan boord van kleine vaartuigen Schepenbesluit 1965

Instructies voor noodgevallen aan boord van kleine vaartuigen

1. Ieder bemanningslid moet ten minste eenmaal per vier maanden deelnemen aan een oefening "schip verlaten", alsmede aan een oefening in het blussen van brand.

2. Iedere oefening "schip verlaten" moet ten minste omvatten:

.1. het beproeven van de noodverlichting;

.2. oproep door middel van de in artikel 55, derde lid, voorgeschreven algemeen alarminstallatie;

.3. aanmelding op de inschepingsplaats;

.4. het aandoen van en de controle op de reddinggordels of overlevingspakken;

.5. de controle op doelmatige kleding;

.6. het bedienen van de reddingvlotten en voorzieningen; en

.7. indien van toepassing, het te water laten van de hulpverleningsboot met de aangewezen bemanning.

3. Iedere oefening in het blussen van brand omvat ten minste:

a. het melden op de verzamelplaats;

b. het starten van een brandbluspomp en het gebruik van ten minste de waterstralen, bedoeld in artikel 65, vijfde lid, van bijlage IV, om aan te tonen dat het systeem naar behoren werkt;

c. een controle van de beschikbare communicatiemiddelen;

d. een controle van de werking van de waterdichte deuren, brandwerende deuren, brandkleppen, afsluiters, zijpoorten, schijnlichten, patrijspoorten en overige soortgelijke openingen;

e. de behandeling en het gebruik van de brandblusmiddelen.

4. Alle oefeningen "schip verlaten" en alle oefeningen in het blussen van brand moeten worden uitgevoerd alsof er daadwerkelijk sprake is van een noodsituatie.

5. Iedere oefening moet tevens worden gebruikt om instructie te geven ten aanzien van de taken van elk bemanningslid in geval van een noodsituatie. Deze instructie moet, naast de in het tweede lid genoemde onderwerpen, omvatten:

.1. het sluiten van de waterdichte en brandwerende deuren, afsluiters, zijpoorten, schijnlichten, patrijspoorten en overige soortgelijke openingen;

.2. het gereed maken en gebruiken van persoonlijke en andere reddingmiddelen;

.3. het gebruik van de beschikbare communicatiemiddelen.

6. De data waarop appels en oefeningen worden gehouden, de bijzonderheden van oefeningen "schip verlaten" en van oefeningen in het blussen van brand moeten worden opgetekend in het scheepsjournaal.

7. Indien de inrichting en de afmetingen van het schip, het aantal bemanningsleden, de beschikbaarheid van het schip en bemanning het uitvoeren van oefeningen als hierboven genoemd onredelijk of onpraktisch maken, kunnen met bemanningsleden van andere soortgelijke schepen en aflosbemanningen gezamenlijk eenmaal per vier maanden de hierboven bedoelde oefeningen worden gehouden aan boord van een schip of in een daartoe ingerichte instelling aan de wal.

8. Voor de bemanningen van schepen die onder de Nederlandse kust opereren en die vanwege het bedrijf een jaarlijkse herhaling van de veiligheidscursus volgen, kunnen de oefeningen die in het eerste tot en met het zesde lid zijn genoemd achterwege blijven.

Regeling
Schepenbesluit 1965
Soort
Rijks-KB
Geldend vanaf
10-10-2010
BWB-id
BWBR0002501
Versie
2010-10-10_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl