wetzoeker

Besluit ex artikel 4 Wet installaties Noordzee

Besluit van 8 december 1964, tot toepassing van artikel 4 van de Wet installaties Noordzee

Soort
AMvB
Geldend vanaf
01-01-2013
Rechtsgebied
Ruimtelijke ordening en milieu, Waterrecht
Ministerie
Veiligheid en Justitie
BWB-id
BWBR0002468
Versie
2013-01-01_0
SHA-256 bron
a5ee54bfead0211aa94e1f60e3a2991dcc82340ad138c12f67e2db808272ad43

Officiële tekst op wetten.overheid.nl

Inhoud (5)
  1. Artikel 1
  2. Artikel 2
  3. Artikel 3
  4. Artikel 4
  5. Artikel 5

Artikel 1

In dit besluit worden onder installaties ter zee verstaan: installaties als bedoeld in artikel 1 van de Wet installaties Noordzee.

Artikel 2

Voor de toepassing van de wettelijke voorschriften waarbij de betrekkelijke bevoegdheid van de rechter in strafzaken en van het openbaar ministerie is geregeld, worden feiten begaan op installaties ter zee, alsmede daarop verrichte of te verrichten ambtsdaden, gelijkgesteld met feiten, onderscheidenlijk ambtsdaden, binnen het rechtsgebied van de rechtbank Amsterdam. De zaak wordt behandeld en beslist door de kantonrechter van de rechtbank.

Artikel 3

De opsporingsambtenaren die zijn tewerkgesteld bij een landelijke eenheid als bedoeld in artikel 25, eerste lid, onderdeel b, van de Politiewet 2012 en de buitengewone opsporingsambtenaren die zijn aangewezen overeenkomstig artikel 3 van de Wet installaties Noordzee, zijn op installaties ter zee bevoegd tot al hetgeen waartoe zij binnen hun ambtsgebied bevoegd zijn.

Artikel 4

Deurwaarders en ambtenaren, bevoegd tot het ten uitvoer leggen van rechterlijke uitspraken binnen het rechtsgebied van de rechtbank Amsterdam, zijn daartoe mede bevoegd op installaties ter zee,

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking met ingang van de tweede dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.