wetzoeker

Artikel 9 Noodwet rechtspleging

Dit artikel is nog niet in werking getreden; ingeval buitengewone omstandigheden dit noodzakelijk maken kan bij koninklijk besluit, op voordracht van Onze Minister-President, dit artikel in werking treden.

1 De president van een gerechtshof, waarvoor de voorziening, omschreven in artikel 4, onder a, is getroffen, kan voor de werkzaamheden van dat hof de tijdelijke voorzieningen treffen, die hij in het belang van een goede rechtspleging noodzakelijk acht. Hij kan daarbij afwijken van het bij of krachtens de wet voor die werkzaamheden bepaalde. In het bijzonder kan hij, indien dit met het oog op het aantal voor rechtspraak beschikbaren onvermijdelijk is, bepalen, dat de zaken van alle of bepaalde meervoudige kamers worden waargenomen door enkelvoudige kamers en kan hij voorts bepalen, dat zittingen uitsluitend of mede worden gehouden op andere plaatsen dan die, waar zich de zetel van het hof bevindt, mits gelegen binnen het rechtsgebied van het hof.

2 Gelijke bevoegdheid als in het vorige lid omschreven, berust bij de president van een rechtbank, waarvoor de voorziening, omschreven in artikel 4, onder b, is getroffen, ten aanzien van die rechtbank, met dien verstande dat zittingen van de rechtbank alleen kunnen worden gehouden binnen het rechtsgebied van de rechtbank.

Regeling
Noodwet rechtspleging
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-01-2013
BWB-id
BWBR0002457
Versie
2013-01-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl