wetzoeker

Artikel 8 Visserijwet 1963

De kustvisserij

1 Voor de geldigheid van een schriftelijke toestemming, als bedoeld in artikel 7, is vereist, dat deze in duidelijk leesbaar en niet door vegen uit te wissen schrift ten minste vermeldt: de naam, de voorletters en de woonplaats van de rechthebbende op het visrecht en van de houder, de geboortedatum van de houder, de omschrijving van het water en de visserij, waarvoor zij geldt, de dagtekening en de geldigheidsduur.

2 De geldigheidsduur van een schriftelijke toestemming eindigt in ieder geval na verloop van drie jaren na de dagtekening der schriftelijke toestemming.

Regeling
Visserijwet 1963
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0002416
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl