wetzoeker

Artikel 25 Visserijwet 1963

Huur en verhuur van visrecht

1 Elke overeenkomst van huur en verhuur van visrecht van enig water, zomede elke overeenkomst tot wijziging of aanvulling van zodanige overeenkomst, moet schriftelijk worden aangegaan.

2 Indien de overeenkomst niet schriftelijk is aangegaan, kan de meest gerede partij bij de kantonrechter van de rechtbank van het arrondissement waarin het viswater of het grootste gedeelte daarvan gelegen is, de schriftelijke vastlegging daarvan vorderen.

3 Tegen het vonnis van de kantonrechter staat geen hogere voorziening open.

4 De griffier van de rechtbank zendt binnen veertien dagen na de uitspraak, waarbij de overeenkomst schriftelijk is vastgelegd, drie gewaarmerkte afschriften van het vonnis aan de Kamer.

Regeling
Visserijwet 1963
Soort
Wet
Geldend vanaf
01-04-2024
BWB-id
BWBR0002416
Versie
2024-04-01_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl