wetzoeker

Artikel 15 Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag

Vraagstukken, verband houdende met de overgang van grensgebieden

1 Pachtovereenkomsten, die tot de inwerkingtreding van deze wet hebben gegolden voor onbepaalde tijd, gelden voor de duur van zes jaren, met dien verstande, dat de jaren, gedurende welke de pachtovereenkomst vóór genoemd tijdstip heeft bestaan, voor de berekening van die duur medetellen tot een maximum van vier jaren.

2 Pachtovereenkomsten, die tot de inwerkingtreding van deze wet hebben gegolden voor bepaalde tijd, gelden voor de duur, waarvoor zij zijn aangegaan.

3 In afwijking van de vorige leden eindigt een pachtovereenkomst, die vóór de inwerkingtreding van deze wet op rechtsgeldige wijze is opgezegd, op de dag, waartegen de opzegging is geschied, tenzij deze op gemeld tijdstip reeds ingevolge § 8 van het "Landpachtgesetz" door de rechter was nietig verklaard. Indien de opzegging echter op het tijdstip van de inwerkingtreding van deze wet nog door de rechter kon worden nietig verklaard, kan de wederpartij tot zes maanden na dit tijdstip bij de in pachtzaken bevoegde rechter alsnog de nietigverklaring van de opzegging vorderen. De rechter beslist naar billijkheid. Wijst hij de vordering toe, dan geldt de pachtovereenkomst voor de in de vorige leden genoemde duur.

Regeling
Uitvoeringswet Nederlands-Duits Grensverdrag
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0002412
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl