wetzoeker

Artikel 37 Vorderingswet

1 Een recht tot gebruik van een zaak of vermogensrecht, ontstaan als gevolg van een op grond van de Algemene Vorderingswet 1939 of het Algemeen Vorderingsbesluit 1940 gedane vordering en nog bestaande bij het in werking treden van deze wet, blijft bestaan tot het tijdstip, waarop het krachtens de wettelijke regeling, op grond waarvan de vordering is gedaan, een einde zou hebben genomen, of, indien geen zodanig tijdstip is bepaald, tot zes maanden na het in werking treden van deze wet. Onze Minister, wie het rechtstreeks aangaat, kan laatstbedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes maanden verlengen.

2 Artikel 22 is van overeenkomstige toepassing.

Regeling
Vorderingswet
Soort
Wet
Geldend vanaf
04-06-2026
BWB-id
BWBR0002393
Versie
2026-06-04_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl