wetzoeker

Artikel II Wet tijdelijke openstelling mogelijkheid van adoptie

1 Indien het verzoek daartoe binnen twee jaren na de inwerkingtreding van deze wet door de adoptanten of, een hunner overleden zijnde, door de overblijvende is gedaan, kan adoptie worden uitgesproken van een kind dat op de dag van de uitspraak in eerste aanleg meerderjarig is.

2 Het verzoek kan alleen worden toegewezen, indien de adoptie zowel uit het oogpunt van verbreking van de banden met de ouders als uit dat van bevestiging van de banden met de adoptanten, in het kennelijk belang van het kind is en aan de volgende voorwaarden is voldaan:

a. dat het kind in de adoptie heeft toegestemd;

b. dat het kind niet is een afstammeling van een der adoptanten;

c. dat het kind in het gezin van de adoptanten is opgenomen voor 1 maart 1956 en gedurende ten minste drie jaren feitelijk door hen tezamen en vervolgens tot zijn meerderjarig worden door ten minste een hunner is verzorgd en opgevoed geworden;

d. dat de adoptanten ten minste vijf jaren voor de dag, waarop het kind meerderjarig is geworden, met elkander zijn gehuwd.

3 Tegen toewijzing van het verzoek staat geen ander rechtsmiddel open dan beroep in cassatie in het belang der wet.

4 De adoptie van een kind dat op de dag van de uitspraak in eerste aanleg meerderjarig was, kan niet worden herroepen.

Regeling
Wet tijdelijke openstelling mogelijkheid van adoptie
Afkortingen
WTOMA
Soort
Wet
Geldend vanaf
25-06-1971
BWB-id
BWBR0002378
Versie
1971-06-25_0

In de hele regeling · Officiële tekst op wetten.overheid.nl